Disclaimers

  • LGBTI

    • Dit is een letterwoord om seksuele, gender- en geslachtsdiversiteit aan te duiden. L= lesbisch, G= gay (homo), B= biseksueel, T= transgender, I= intersekse. De uitleg voor deze woorden kan je terugvinden in deze lijst.
    • Soms zie je dat er LGB geschreven staat, een andere keer staat er dan weer LGBTIQ+. De plus staat dan voor alle personen en groepen die buiten de (cis)gender- en heteronorm vallen, maar niet onder 1 van de genoemde letters. De Q kan staan voor queer. De keuze voor welke letters je gebruikt hangt af van doelgroep waarover je spreekt. Soms kan dit een weloverwogen keuze zijn, soms gebruikt men meteen het volledige letterwoord om de volledige gemeenschap aan te spreken.
    • Over de keuze tussen LGBTI en LGBTI+ lees je meer op cavaria.be/lgbti.
       
  • Westerse termen, westerse lijst

    • Terminologie rond seksualiteit en gender is plaats- en cultuurafhankelijk. Dit betekent dat de terminologie die hier wordt besproken niet gekend is in andere delen van de wereld. Omgekeerd zijn wij niet altijd op de hoogte van de terminologie die in andere delen van de wereld dan weer heel bekend is. Het is dus goed om te weten dat deze lijst geschreven is in België, door een persoon die is opgegroeid in België.
       
  • Juni 2019

    • Taal is constant in verandering, sommige termen die vijf jaar geleden enorm populair waren, worden nu niet meer gebruikt. Termen die nu onbekend zijn kunnen binnen een jaar dan weer massaal gebruikt worden. Het is dus goed om te weten dat deze lijst een reflectie is van het huidige taalgebruik en de huidige terminologie, namelijk die van juni 2019.
       
  • Zelfidentificatie

    • In deze lijst wordt er telkens een term gegeven en vervolgens de invulling van die term. Dit kan doen vermoeden dat de lijst wilt vasthouden aan vastgeroeste definities en hokjesdenken. Dit is niet de bedoeling. De lijst wilt vooral een handig en gebruiksvriendelijk instrument zijn waarin informatie gemakkelijk terug te vinden is. Het is dus goed om te weten dat er bij de termen in deze lijst altijd plaats is voor nuance, voor je eigen situatie en invulling.
    • Er bestaan veel verschillende termen om je seksuele en genderidentiteit een naam te geven. Sommige mensen kiezen bewust voor geen label. Anderen kiezen voor een heel specifiek label. Belangrijk is dat je hier zelf over kan beslissen.
       
  • Voornaamwoorden

    • Voornaamwoorden zijn woorden die naar iets of iemand verwijzen. Om naar mannen te verwijzen gebruikt men hij/hem/zijn, voor vrouwen is er zij/haar/haar. Een genderneutrale optie om te verwijzen naar mensen die geen mannelijke of vrouwelijke voornaamwoorden gebruiken, is die/hen/hun. Die/hen/hun wordt ook meer en meer gebruikt om te verwijzen naar personen wiens gender niet bekend of relevant is. Het is dus goed om te weten dat deze lijst dat ook doet.
    • Vb. Elke verantwoordelijke moet zijn team begeleiden.
      • Elke verantwoordelijke moet hun team begeleiden.     
      • Alternatief: Elke verantwoordelijke moet het eigen team begeleiden.
  • Agender
    • Een genderidentiteit die meestal onder de non-binaire paraplu valt (zie: non-binair). Agender personen hebben geen beleving van gender, of ervaren een afwezigheid van gender. Men noemt dit ook wel ‘genderloos’ of ‘nongender’.
  • Allochtoon
    • Men gebruikt de term om te verwijzen naar mensen die gemigreerd zijn. De termen autochtoon en allochtoon vertrekken vanuit een tegenstelling, in dit geval zijn de autochtonen deel van de groep, de allochtonen niet. De term allochtoon heeft een stigmatiserende en etnische connotatie. Zo zal een Turkse of Poolse migrant sneller als ‘allochtoon’ worden benoemd dan een Nederlandse of Duitse migrant. Er worden tegenwoordig alternatieven gebruikt zoals het eerder academische ECM, of persoon uit een etnische-culturele minderheid, of persoon met een migratieachtergrond.
  • Androfilie
    • Een term die te maken heeft met romantische en/of seksuele aantrekking. Als je androfiel/androseksueel bent, dan val je op mannen of mannelijkheid. Deze term kan als alternatief dienen voor de eerder binaire termen hetero- en homoseksualiteit (zie: binair). De term slaat op de aantrekking tot persoonskenmerken zonder er automatisch de genderidentiteit of sekse bij te betrekken. Bijvoorbeeld: je bent aangetrokken tot iemand die zeer mannelijk overkomt maar zich als vrouw of non-binair identificeert. Naast androfilie is er gynefilie, aantrekking tot vrouwelijkheid (zie: gynefilie).
  • Androgyn
    • Androgyn is een manier om jezelf uit te drukken. Androgyne mensen laten zich niet beïnvloeden door de gendernorm in hun expressie. Ze gebruiken kenmerken van een heel spectrum om zich te uiten: zowel mannelijke kenmerken als vrouwelijke kenmerken als alles ertussenin of erbuiten.
  • Aromantisch/Aro
    • Een aromantische persoon ervaart weinig tot geen romantische aantrekking tot andere personen. Ze kunnen wel emotionele en intieme banden opbouwen op basis van diepe connecties. Ze kunnen zeker liefde voelen voor anderen, enkel geen romantische liefde. Aromantische mensen kunnen zich identificeren op het LGBTIQ+ spectrum. Net zoals bij seksualiteit en gender bevindt romantische aantrekking zich ook op een spectrum, men noemt dit ook wel het aro-spectrum.
  • Aseksualiteit
    • Net zoals bij seksualiteit en gender bevindt seksuele aantrekking zich ook op een spectrum. Een aseksuele persoon ervaart weinig tot geen seksuele aantrekking tot andere personen. Soms hebben aseksuele mensen simpelweg geen interesse in seks, anderen hebben er een afkeer voor. Hoewel ze weinig tot geen seksuele aantrekking ervaren tot andere mensen, kunnen ze wel een rijke erotische beleving hebben met bijvoorbeeld zichzelf. Het is zeker mogelijk voor aseksuele mensen om intieme relaties op te bouwen op basis van diepe connecties. Aseksuele mensen kunnen zich identificeren als deel van de LGBTIQ+-paraplu.
    • Onder de parapluterm aseksualiteit kan je verschillende termen terugvinden. Grey asexual slaat op de grijze zone tussen seksualiteit en aseksualiteit, waarbij een persoon soms seksuele aantrekking kan voelen. Als je je enkel seksueel aangetrokken voelt tot mensen waarmee je een innige emotionele band hebt opgebouwd kan je jezelf identificeren als demiseksueel.
  • Beperking (zie handicap)
  • Binair
    • Wijst op de veronderstelling dat de samenleving is opgebouwd uit tegengestelde paren. Bijvoorbeeld: goed – slecht; man – vrouw; hetero – homo; … Het binaire denken wordt voor gender en seksualiteit meer en meer in vraag gesteld. Een alternatieve manier van ordenen is een spectrum, waarbij er tussen de twee uitersten (en erbuiten) ook ruimte is om jezelf te plaatsen. Dat is een meer genuanceerde manier om de samenleving in te delen.
  • Biologische moeder/ geboortemoeder
    • De geboortemoeder is de persoon die bevalt van het kind. Vroeger werd de term ‘biologische moeder’ gebruikt, maar omdat de geboortemoeder niet altijd de genetische moeder is (bv. wanneer er met een donoreicel wordt gewerkt), wordt er tegenwoordig gekozen voor ‘geboortemoeder’. In vrouwenkoppels noemen we de partner die het kind niet heeft gebaard de meemoeder.
  • Biseksualiteit
    • Dit is een romantische en/of seksuele oriëntatie. Als je de mogelijkheid ervaart om tot meer dan één genderidentiteit romantisch of seksueel aangetrokken te zijn, dan kan je je identificeren als biseksueel. Tot welke genderidentiteiten je je aangetrokken voelt en de intensiteit van die aantrekking kunnen veranderen doorheen de tijd. Naast ‘biseksueel’ bestaan er nog andere termen die je oriëntatie kunnen helpen uitdrukken.
    • Polyseksueel betekent dat je aantrekking kan voelen tot mensen van meer dan één, maar niet noodzakelijk alle genderidentiteiten. Als je het niet relevant vindt welke genderidentiteit de persoon heeft waartoe je je aangetrokken voelt, dan kan je jezelf benoemen als panseksueel. Als je merkt dat je aantrekking verandert doorheen de tijd dan kan je die fluïde noemen.
  • Butch
    • Een term die ontstond in het begin van de twintigste eeuw, om te verwijzen naar lesbische vrouwen met een eerder mannelijke expressie. Het tegenovergestelde van butch is femme. Het woord heeft een rijke geschiedenis en is al verschillende keren van betekenis verschoven. Het woord wordt vandaag niet enkel gebruikt door lesbische vrouwen, maar ook door gender non-conforme en transgender personen.
  • Cisgender
    • Een term die beschrijft dat het geslacht dat je toegewezen krijgt bij de geboorte overeenkomt met je genderidentiteit. Als je bij de geboorte het vrouwelijk geslacht krijgt toegewezen en je voelt je ook vrouw, dan noemt men dit cisgender. Als dit niet overeenkomt dan noemt men dit transgender.
  • Cisnormatief
    • Gendernormen zijn (ongeschreven) sociale regels die maatschappelijke verwachtingen koppelen aan een genderidentiteit. De opvatting dat ieders genderidentiteit overeenkomt met het geslacht dat werd toegewezen bij de geboorte noemt men de cisnorm. Cisgender zijn is dus met andere woorden de norm. Zo gaan we bijvoorbeeld verbaasd zijn als iemands genderidentiteit niet overeenkomt met het geslacht dat werd toegekend bij de geboorte. Als een persoon zich gender non-conform uit of gedraagt, gaat men dat sneller zien als een ‘afwijking’ van de norm.
  • Coming-in
    • De coming-in is de kennismaking met de LGBTIQ+-wereld. Mensen krijgen vaak interesse in de groep waar ze tot behoren en willen er veel over weten. Zo komen ze terecht bij bijvoorbeeld praatgroepen, holebicafés of boeken rond LGBTIQ+-thema’s. Hierdoor kunnen ze mensen leren kennen met gelijkaardige ervaringen en verhalen.
  • Coming-out
    • Het eerste aspect van coming-out is voor jezelf uitzoeken en accepteren dat je LGBTIQ+ bent. Je kan ook beslissen om dit aan je omgeving te vertellen. Iets kwetsbaars vertellen over jezelf kan eng zijn, en vaak moeten mensen lang nadenken voor ze het zeggen. Er is geen juiste formule om uit de kast te komen, je zoekt de manier waar je je zelf het beste bij voelt, en tegen wie je het zegt. Coming-out is een continu proces, wat wil zeggen dat je je LGBTIQ+-identiteit vaak opnieuw zal moeten uitleggen in nieuwe situaties (bv. een nieuwe job). Als je je LGBTIQ+-identiteit openlijk uit in je dagelijkse leven dan ben je ‘out’, of ‘uit de kast’.
  • Deadnaming
    • Sommige transgender personen kiezen voor een nieuwe naam die beter past bij hun genderidentiteit. Als mensen bewust of onbewust de vorige naam blijven gebruiken, dan noemt men dit deadnaming. Het kan zijn dat mensen zich vergissen of moeten aanpassen aan een nieuwe naam. Als het echter bewust en met slechte bedoelingen gebeurt dan is het een vorm van verbaal geweld.
  • Demigender
    • Als je een gedeeltelijke connectie hebt met een bepaalde genderidentiteit, dan kan je jezelf demigender noemen. Bijvoorbeeld: een demi-jongen voelt zich dan gedeeltelijk jongen, een demivrouw voelt zich voor een deel vrouw.
  • Discriminatie
    • Discriminatie betekent dat je niet op dezelfde manier wordt behandeld omwille van persoonlijke kenmerken zoals taal, etniciteit, oriëntatie of gender. Discriminatie is vaak een gevolg van al dan niet bewuste vooroordelen tegenover die kenmerken. Je kan discriminatie ervaren in verschillende facetten van het leven. Zo kan je bijvoorbeeld in je klas uit de kast komen als transgender persoon, en merk je dat je daarna niet meer uitgenodigd wordt op verjaardagsfeestjes. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van discriminatie die wettelijk verboden is. Zo kan je de ene na de andere sollicitatie geweigerd worden omdat je uit de kast bent als homo. Discriminatie kan je melden, en in sommige gevallen kan het tot een rechtszaak komen.
  • Drag
    • Wanneer mensen een andere genderexpressie (zie: genderexpressie) aannemen in het kader van een show of een optreden. Dit noemt men ook wel ‘showtravestie’. Een dragqueen is doorgaans een man die optreedt met een vrouwelijke expressie, een dragking is doorgaans een vrouw die optreedt met een mannelijke expressie. Het gaat dus niet enkel over kleren en make-up, maar ook over handgebaren, houding of manier van wandelen.
  • DSD
    • Dit is de afkorting voor disorders/differences in sex development, of aangeboren aandoening/verschillen in geslachtsontwikkeling. Het is een medische term die vooral verwijst naar de puur lichamelijke ontwikkeling en geslachtskenmerken (zie geslachtskenmerken). Sommige intersekse activisten of intersekse personen hebben kritiek op deze term omdat ze hun geslachtsontwikkeling niet zien als een medisch probleem, maar als een normaal deel van een gevarieerd spectrum (zie intersekse).
  • Etnisch culturele minderheid
    • Minderheden (zie: minderheid) die gevormd zijn op basis van etniciteit. Dit wil zeggen personen die verbonden zijn door bijvoorbeeld dezelfde taal, kleding, religie, cultuur of nationaliteit. Vroeger werd ‘ras’ gebruikt, maar dan heb je het enkel over uiterlijke kenmerken. Etniciteit heeft een bredere culturele definitie dan simpelweg ‘ras’. De term etnisch culturele minderheid wordt vaak gebruikt in het kader van migratie. Een voorbeeld van een etnisch culturele minderheid is de Romabevolking.
  • Femme
    • Een term die ontstond in het begin van de twintigste eeuw en verwees naar lesbische vrouwen met een eerder vrouwelijke uitstraling. De term werd gepopulariseerd in de Amerikaanse queer bar-cultuur van de jaren ‘50. De term heeft doorheen de jaren enkele lichte betekenisverschuivingen gezien, en vandaag kan de term gebruikt worden door elke LGBTIQ+ persoon met een meer vrouwelijke expressie.
  • Gaydar
    • Men zegt wel eens dat LGBT+-personen een extra zintuig (= gaydar) hebben om elkaar te  herkennen. Dat kan gebaseerd zijn op kleine, subtiele vormen van herkenning al dan niet gebaseerd op stereotiepe opvattingen van hoe een LGBT+-persoon eruit zou moeten zien.
    • Hoewel het uiterlijk van een persoon niet bepaalt welke seksuele oriëntatie die heeft, kunnen LGB-personen wel aan mekaar laten merken dat ze bij de gemeenschap horen. Dit noemt men signaling.
  • Gay
    • Het woord gay is ontstaan vanuit het Engels voor ‘vrolijk’. De betekenis schoof op naar homoseksueel, en tegenwoordig wordt het woord ook door andere LBQ-personen gebruikt.
  • Geïnternaliseerde holebi- en transfobie
    • Als LGBTIQ+-persoon groei je op in een samenleving waarin nog veel negatieve gevoelens, impliciete en expliciete vooroordelen en stereotypen bestaan. Je kan die vooroordelen ‘internaliseren’ en dus onvrijwillig, onbewust op jezelf toepassen. Dit kan resulteren in een laag zelfbeeld en soms zelfhaat. Mensen gaan bijvoorbeeld hun oriëntatie ontkennen, of zich uitgesproken homofoob gedragen om niet ‘ontdekt’ te worden.
  • Gender
    • Gender is een sociale constructie die de positie van personen binnen de samenleving mee bepaalt. In het Westen is er een binaire opdeling van gender: man en vrouw. Hieraan worden bepaalde verwachtingen en rollen gekoppeld. Tegenwoordig wordt deze binaire gendernorm meer in vraag gesteld (zie: gendernorm) en gender gezien als een spectrum.
    • In andere delen van de wereld zijn er samenlevingsmodellen met meer dan twee genders. Zo heb je in India bijvoorbeeld een derde gender, de Hijra. Gender is dus een ongeschreven sociaal normerend systeem en kan terugkomen in rechtssystemen. Deze sociale afspraken kunnen doorheen tijd en plaats veranderen.
  • Genderdysforie:
    • Dit is het gevoel van spanning tussen de genderidentiteit en het lichaam, het gevoel dat het lichaam niet overeenkomt met de innerlijke genderidentiteit. Dit gevoel van incongruentie kan ervaren worden als zeer onaangenaam. Genderdysforie komt voornamelijk voor bij transgender personen. Er kan in bepaalde gevallen psychologische tot medische begeleiding mogelijk zijn om de gevoelens van dysforie te verminderen zodat je er minder of geen last meer van hebt, maar dit verandert niets aan je genderidentiteit. Je kan transgender zijn zonder dysforie te hebben.
    • Sociale genderdysforie: deze term beschrijft hoe een persoon zich gedisconnecteerd kan voelen met hun genderidentiteit in sociale situaties. Hier gaat het dus niet over een incongruentie met het lichaam, maar door de interactie met anderen. Zo kan gezien worden als een bepaalde genderidentiteit, terwijl die persoon zich identificeert met een andere genderidentiteit zeer pijnlijk zijn. Een ander voorbeeld is het gebruik van de verkeerde voornaamwoorden, of het gebruiken van een vorige naam (zie: deadnaming).
  • Genderexpressie
    • Waar de genderidentiteit gaat over een innerlijk gevoel, gaat de genderexpressie over de manier waarop mensen zich uiten naar de buitenwereld toe. Dit kan in de vorm van kleding en make-up, maar ook door een bepaalde lichaamshouding, spraak of manier van bewegen. De manier waarop iemand zich identificeert hoeft niet overeen te komen met hoe die zich uit. Vele mensen uiten zich niet volgens de gendernorm (zie: gendernorm).
  • Genderfluïde
    • Als je genderidentiteit verandert doorheen de tijd, dan kan je jezelf genderfluïde noemen. Mensen voelen zich de ene keer meer man, de andere keer meer vrouw en dan weer een variatie van de twee of geen van beide. De genderidentiteit lijkt vrij rond te ‘vloeien’.
  • Genderidentiteit
    • De genderidentiteit is het innerlijke gendergevoel dat mensen ervaren. Dit kan mannelijk of vrouwelijk zijn, maar ook een variatie van beide of net geen van beide. De genderidentiteit hoeft niet samen te vallen met het geslacht (zie geslacht). Het hoeft niet vast te liggen, en kan veranderen doorheen de tijd. Sommige mensen ervaren geen genderidentiteit, dit noemen we agender (zie agender).
  • Gendernorm
    • Gendernormen zijn de sociale afspraken en verwachtingen die een samenleving verbindt aan een gender. De gendernormen zijn binair, ze gaan dus uit van een tegenstelling tussen hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen. Zo wordt er van mannen in België niet verwacht dat ze een kleedje dragen, en wordt er van vrouwen niet verwacht dat ze een auto kunnen repareren. Wanneer iemand zich buiten die categorieën begeeft, kan dat voor zowel innerlijk conflict als onbegrip van buitenaf leiden.
  • Genderqueer
    • Als je je niet thuisvoelt binnen de binaire gendernormen en genderrollen (mannelijk en vrouwelijk), en je ziet jezelf niet passen in een vast genderhokje, dan kan je kiezen je te identificeren als genderqueer. Genderqueer mensen zien hun genderidentiteit als iets dat niet vast hoeft te staan, iets dat kan en mag veranderen. 
  • Gendervariant kind
    • Om naar kinderen te verwijzen die gendervariante gevoelens ondervinden, wordt niet de term transgender gebruikt. Dit komt omdat ze zich vaak nog niet bewust identificeren met een bepaalde genderidentiteit. Men wil ze zelf laten ontdekken waar ze zich goed bij voelen, en dus vermijden om ze vanaf een jonge leeftijd in een vast ‘hokje’ te plaatsen. Termen als genderkind of gendervariant kind vormen een alternatief.

  • Geslacht
    • Geslacht of sekse wordt bepaald op basis van lichamelijke verschillen. Het westerse binaire model gaat uit van twee geslachten: man en vrouw. Er is echter meer variatie dan louter man of vrouw. Degenen met geslachtskenmerken (zie geslachtskenmerken) die men niet (volledig) kan indelen als man of vrouw kunnen zich benoemen als intersekse personen (zie intersekse). Sommige personen zullen dit bij zichzelf louter zien als een medische aangelegenheid (zie DSD).
  • Geslachtskenmerken/seksekenmerken
    • Geslachtskenmerken zijn kenmerken die samenhangen met het biologisch geslacht. Concreet gaat het om verschillende categorieën van kenmerken: chromosomen, inwendige geslachtsklieren, hormonen, inwendige en uitwendige geslachtsorganen en de verdere ontwikkeling tijdens de puberteit. Wanneer deze kenmerken niet (volledig) vallen binnen de opdeling mannelijke of vrouwelijke geslachtskenmerken, wordt dit intersekse/DSD genoemd (zie intersekse, zie DSD).
  • Geslachtsoperatie
    • Een geslachtsoperatie of genderbevestigende ingreep heeft als doel om het ongemak tegenover het eigen lichaam (dysforie) te verzachten of zelfs weg te nemen, zodat het lichaam meer overeenkomt met de genderidentiteit. Er bestaan verschillende soorten genderbevestigende mogelijkheden. Zo kan men bijvoorbeeld hormonen nemen, de adamsappel laten weghalen of borstweefsel laten verwijderen, penis laten reconstrueren (falloplastie),…. Elke transgender persoon kan voor zichzelf kiezen of die een ingreep wil, en welke ingreep die wil. Je kan dus transgender zijn met of zonder ingrepen.
  • Geweld
    • Het woordenboek zegt dat elke grensoverschrijdende handeling die een persoon kan aantasten geweld genoemd kan worden. Er zijn vier soorten geweld: fysiek, verbaal, materieel en seksueel geweld. Ook als de persoon zegt dat die het niet als geweld bedoelde, maar je ervaarde het wel zo, dan heb je geweld meegemaakt.
    • Daden van geweld zijn pas strafbaar als ze volgens de wet een “misdrijf” zijn. Als het geweld ontstaat vanuit vooroordelen over een bepaalde minderheidsgroep (etniciteit, seksuele oriëntatie, religie,..) kan het berecht worden onder ‘haatmisdrijf’. Hoewel het altijd nuttig is om een daad van geweld aan te geven, komt het niet altijd tot een rechtszaak.
  • Gynefilie
    • Een term die te maken heeft met romantische en/of seksuele aantrekking. Als je gynefiel/gyneseksueel bent dan val je op vrouwen of vrouwelijkheid. Deze term kan als alternatief dienen voor de eerder binaire termen hetero- en homoseksualiteit (zie: binair). De term slaat op de aantrekking tot persoonskenmerken zonder er automatisch genderidentiteit of sekse bij te betrekken. Naast gynefilie is er androfilie, aantrekking tot mannelijkheid (zie: androfilie).
  • Handicap
    • Een persoon met een (functie)beperking of een persoon met een handicap ondervindt door deze beperking een impact op zaken zoals werk, verplaatsing en sociaal leven. Er bestaan verschillende soorten beperkingen. Visuele beperkingen hebben betrekking op de ogen, mensen zijn bijvoorbeeld blind of slechtziend. Cognitieve beperkingen hebben te maken met het zenuwstelsel, het brein en de ontwikkeling ervan. Een fysieke beperking heeft dan weer invloed op de mogelijkheid om te bewegen. De term handicap slaat ook op maatschappelijke belemmeringen zoals discriminatie en vooroordelen.
    • Sommige mensen hebben het niet graag dat je ze benoemt als iemand met een beperking of handicap, omdat ze zich niet gehinderd voelen in hun deelname aan de samenleving. Anderen vinden het belangrijk om erkend te worden als persoon met een beperking of handicap, om zo begrip en voldoende ondersteuning te krijgen vanuit de samenleving.
  •  Hermafrodiet
    • Term uit de biologie die tweeslachtigheid beschrijft, ofwel het vermogen van een organisme om zowel te bevruchten als te bevallen, dus om zichzelf voort te planten. Intersekse personen (zie: intersekse) hebben wel een verschil in geslachtskenmerken, maar dat maakt niet dat ze zowel kinderen kunnen verwekken als baren. Het is niet alleen feitelijk incorrect om ze te benoemen als hermafrodiet, de term heeft ook een zeer negatieve, stigmatiserende bijklank en het wordt dus sterk afgeraden om dit te gebruiken.
  • Hetero
    • Als je als man romantisch en/of seksueel aangetrokken bent tot vrouwen, of als je als vrouw romantisch en/of seksueel aangetrokken bent tot mannen, dan kan je jezelf hetero noemen. Heteroseksualiteit wordt vaak als de norm gezien (zie: heteronorm), maar die norm wordt tegenwoordig meer en meer in vraag gesteld, en er komt naast heteroseksualiteit plaats voor andere seksuele oriëntaties.
  • Heteroflexibel
    • Een term die gebruikt wordt als je voornamelijk hetero(seksueel) bent maar soms romantische en/of seksuele contacten aangaat met personen met dezelfde genderidentiteit.
  • Heteronorm
    • De heteronorm is de maatschappelijke veronderstelling dat iedereen heteroseksueel is en voldoet aan de bijhorende afspraken en verwachtingen. De heteronorm is binair, en gaat dus uit van een tegenstelling tussen hoe mannen en vrouwen zich moeten gedragen. Zo wordt er van mensen automatisch verwacht dat ze een heterorelatie zullen hebben, dat ze zullen trouwen en kinderen krijgen, dat ze traditionele rollenpatronen zullen aannemen. Wanneer iemand zich buiten die categorieën begeeft, kan dat leiden tot zowel innerlijk conflict als onbegrip van buitenaf.
  • Holebi
    • Letterwoord voor homoseksueel, lesbisch en biseksueel. De term is ontstaan in België, en wordt gebruikt als verzamelnaam om verschillende seksuele oriëntaties aan te duiden.
  • Holebifobie
    • Holebifobie gaat over negatieve gevoelens van afkeer en onbegrip tegenover holebi’s die ontstaan uit hardnekkige vooroordelen over seksualiteit en gender. Deze gevoelens kunnen leiden tot verschillende situaties, van gemene opmerkingen en discriminatie tot zelfs fysiek geweld.
    • Als we spreken over holebi’s als groep, dan gebruiken we holebifobie. Hebben we het echter over een specifiek voorval, dan gaan we verwijzen naar de seksualiteit van de persoon.
      • Vb. “Holebifobie is een wereldwijd probleem”.
      • Vb. “Gisteren werd een man het slachtoffer van homofoob geweld.”
      • Vb. “Toen mijn collega uit de kast kwam als biseksueel kreeg die te maken met bifobe opmerkingen.”
  • Holebinegativiteit/ Transnegativiteit
    • Holebi- of transnegativiteit is een impliciete vorm van holebifobie. Het gaat hier niet over fysiek geweld of wettelijke discriminatie, maar eerder over opmerkingen of uitspraken met een holebi- of transfoob kantje. Vaak denken mensen niet na over zulke opmerkingen of zijn ze zelfs goed bedoeld, maar ze kunnen schadelijk zijn voor holebi’s en transgender personen
      • Vb. “Je bent biseksueel? Dan kan je gewoon niet kiezen tussen homo of lesbisch.”
      • Vb. “Ik geloof niet dat transgender personen bestaan.”
  • Homoflexibel
    • Een term die gebruikt wordt als je voornamelijk homo(seksueel) bent maar soms romantische en/of seksuele contacten aangaat met personen met een verschillende genderidentiteit.
  • Homohuwelijk
    • Er bestaat niet zoiets als “het homohuwelijk”. Het wettelijke huwelijk werd in 2003 opengesteld voor koppels van hetzelfde geslacht. Dit betekent dat het huwelijk er nu niet meer enkel is voor heterokoppels.
  • Homoseksualiteit
    • Als je je seksueel en/of emotioneel aangetrokken voelt tot personen met dezelfde genderidentiteit, dan kan je jezelf homoseksueel noemen. De term wordt vooral gebruikt door mannen die op mannen vallen.
  • Intersectionaliteit
    • Intersectionaliteit of kruispuntdenken gaat over hoe verschillende aspecten van iemands identiteit (afkomst, leeftijd, lichaam, genderidentiteit,…) elkaar beïnvloeden en de positie in de maatschappij bepalen. De kruispunten waarop je je bevindt hebben invloed op de kansen die je krijgt, het geweld waar je mee te maken kan krijgen, of de vooroordelen die er over je kunnen bestaan. Zo ga je als een witte hetero cisgender vrouw waarschijnlijk andere ervaringen hebben dan als een zwarte homoseksuele transgender man. 
  • Intersekse
    • De term beschrijft mensen van wie de geslachtskenmerken (zie geslachtskenmerken) niet binnen de klassieke tweedeling M/V vallen. Waar de term DSD een medische definitie geeft, benadert de term intersekse de bestaande variaties in geslachtskenmerken meer vanuit een maatschappelijke en sociale blik. De term legt de nadruk op het feit dat een intersekse variatie een natuurlijk voorkomend fenomeen is, en dat intersekse personen geen medische operaties nodig hebben 'ter correctie'. Intersekse variaties zijn simpelweg variaties waarbij het lichaam van een persoon niet volledig past binnen wat wij cultureel als typisch mannelijk of typisch vrouwelijk zien. Ze maken deel uit van het brede geslachtskenmerkenspectrum.
  • Lesbienne/lesbisch
    • Als je als vrouw romantisch en/of seksueel aangetrokken bent tot andere vrouwen, dan kan je jezelf lesbienne noemen. Deze term kan ook gebruikt worden voor mensen van andere genderidentiteiten, bijvoorbeeld non-binaire mensen.
  • Meemoeder
    • De meemoeder is de partner in een vrouwenkoppel die het kind niet gebaard heeft. De meemoeder wordt net als een vader bij de geboorte automatisch juridische ouder als ze getrouwd is met de geboortemoeder, zo niet kan ze haar kind erkennen bij de burgerlijke stand.
  • Minderheid
    • Letterlijk gezien betekent het woord ‘minderheid’, een groep mensen die uit minder dan de helft van de samenleving bestaat. Vrouwen zijn geen minderheidsgroep maar ervaren een gelijkaardige positie als minderheden in de samenleving. Ze krijgen minder kansen en worden meer onderdrukt op de basis van de groep waartoe ze behoren. Andere voorbeelden van minderheidsgroepen zijn transgender personen, personen met een beperking of etnisch culturele minderheden.
    • Minderheidsstress: Als je deel bent van een minderheidsgroep dan kan je daar stress door ervaren die negatieve gevolgen kan hebben op je dagelijks leven. Zo krijgen holebi’s vaak te maken met opmerkingen en discriminatie, tot zelfs fysiek geweld. Dit kan gevolgen hebben voor hun (mentale) gezondheid.
  • Non-binair
    • De term non-binair wordt gebruikt als term voor mensen die zich niet herkennen in de  binaire genderopdeling (man <-> vrouw). Het is tegelijk ook een parapluterm, er zitten dus nog verschillende manieren van genderbeleving onder de non-binaire paraplu, zoals bijvoorbeeld demigender, genderfluïde of polygender.
  • Oriëntatie
    • Oriëntatie gebruiken we als we praten over wie we romantisch en/of seksueel aantrekkelijk vinden. Vroeger werd het woord geaardheid gebruikt, tegenwoordig is oriëntatie gebruikt om te duiden dat er verandering mogelijk is doorheen de tijd.
  • Panseksueel
    • Als je het aspect van gender geen belangrijke factor vindt bij een potentiële partner, kan je kiezen om je te identificeren als panseksueel. Panseksuele mensen noemen zichzelf soms ‘genderblind’.
  • Passabiliteit
    •  Als je ‘past’ als transgender persoon, dan word je door je omgeving herkend als de gewenste genderidentiteit en niet als het geslacht dat je toegewezen kreeg bij de geboorte.
  • Polyamorie
    • Dit is een relatievorm waarbij je relaties aangaat met meer dan één persoon tegelijk en waar er open over wordt gecommuniceerd.
  • Polygender
    • Dit is een manier om je genderidentiteit te omschrijven. Als je merkt dat je verschillende genderidentiteiten ervaart die tegelijk aanwezig zijn of fluctueren, dan kan je jezelf polygender noemen. Polygender valt meestal onder de non-binaire paraplu (zie: non-binair).
  • Pride
    • Een pride is een evenement waarbij de verworven vrijheden rond gender en seksualiteit worden gevierd. De traditie van prides is ontstaan vanuit de Stonewall-protesten in de Verenigde Staten.
  • Privilege
    • Privileges of voorrechten zijn bepaalde voordelen die je ervaart als je tot een bepaalde (meerderheids)groep behoort. Een bekend voorbeeld van privilege is het blanke of witte privilege, waarbij witte mensen meer kansen en voordelen ervaren binnen het bestaande systeem. Omdat ze deel uitmaken van de meerderheidsgroep wordt er (onbewust) meer vertrokken vanuit hun perspectief, waardoor de noden van minderheidsgroepen veel minder worden meegenomen. Hierdoor worden deze sneller uitgesloten of hebben ze geen toegang tot bepaalde kansen.
  • Queer
    • Het woord queer heeft verschillende betekenissen
      • Het is een manier om je genderidentiteit en/of seksualiteit te benoemen. Het wordt vaak gebruikt voor mensen die nog zoekende zijn naar waar ze zich precies bevinden binnen het LGBTIQ+-spectrum, als koepelterm of door mensen die een duidelijk statement tegen de cisgender- en de heteronorm willen maken.
      • Het is ook een politiek activistische stroming die vertrekt vanuit het verwerpen van de hetero- en cisgendernorm. Veel punkers identificeren zich bijvoorbeeld als queer.
      • Tevens is het ook een academisch onderzoeksveld.
  • Romantische Oriëntatie
    • De romantische oriëntatie gaat over gevoelens van verliefdheid, van vlinders in je buik. Je romantische oriëntatie kan anders zijn dan je seksuele oriëntatie. Als je bijvoorbeeld een man bent die verliefd kan worden op alle genderidentiteiten, maar enkel seksueel opgewonden wordt van andere mannen, dan kan die zich biromantisch en homoseksueel noemen. Romantische oriëntatie kan veranderen van richting, intensiteit en doorheen de tijd.
  • Seksuele Oriëntatie
    • Seksuele oriëntatie gaat over seksuele aantrekking en opwinding. Van wie wordt je opgewonden, met wie wil je vrijen? Seksuele oriëntatie kan veranderen van richting, intensiteit en doorheen de tijd. Naast seksuele oriëntatie is er ook romantische oriëntatie, die gaat over gevoelens van verliefdheid en romantiek.
  • Seksekenmerken: zie geslachtskenmerken
  • Sekswerk
    • Sekswerk is de transactie van seksuele handelingen in ruil voor geld. Dit wordt ook wel prostitutie genoemd. Er bestaan verschillende soorten sekswerk. Soms biedt de sekswerker hun diensten aan vanuit een raam, camming is virtueel sekswerk via de webcam, escortes zijn personen die bij mensen thuis hun diensten leveren.
  • Serofoob
    • Een term die aangeeft dat je discriminatie en vooroordelen kan ervaren omdat je leeft met hiv of aids. Zo kan je bijvoorbeeld een sollicitatie geweigerd worden, of je leest bij het swipen op een dating app een profiel dat zegt “No HIV”.
  • SOA/SOI
    • Een soa is een letterwoord dat staat voor: Seksueel Overdraagbare Aandoening/Infectie. Dit is een infectie die je kan overkrijgen door seksueel contact.
  • SOGIESC
    • Deze internationale term staat voor Sexual Orientation (seksuele oriëntatie), Gender Identity and Expression (genderidentiteit en –expressie), and Sex Characteristics (geslachtskenmerken). SOGIESC kan een alternatief zijn voor LGBTIQ+, omdat het in een kort letterwoord op een meer effectieve manier kan verwijzen naar het brede spectrum, zonder steeds extra letters te moeten toevoegen.
  • Trans/Trans*
    • Trans is een verkorte vorm van transgender. Trans* heeft een oorsprong in de computerwereld en heeft als doel om meer inclusief te zijn. De asterisk (*) wordt na een zoekterm ingegeven om aanvullingen op de term te tonen. Men bedoelt dus met trans* dat alle soorten identiteiten die afwijken van de cisgendernorm erbij horen (transgender, genderqueer, agender, etc.) Er is kritiek vanuit een deel van de transgender gemeenschap op trans*. Het is lastig om uit te spreken, en het woord ‘trans’ is op zich al een wijdverspreide en veelgebruikte parapluterm.
  • Transfobie
    • De letterlijke vertaling van fobie is ‘angst’. Bij transfobie is maar zeer zelden sprake van échte angstgevoelens, maar vooral van afkeer, onbegrip en vooroordelen. Hierdoor ontstaat een negatieve houding tegenover transgender personen, hun genderexpressie en genderidentiteit. Dit kan leiden tot discriminatie en zelfs fysiek geweld.
  • Transgender
    • Een term die beschrijft dat het geslacht dat je toegewezen krijgt bij de geboorte niet overeenkomt met je genderidentiteit. Als je bij de geboorte het vrouwelijk geslacht krijgt toegewezen maar je voelt je geen vrouw, dan ben je transgender. Als dit wel overeenkomt dan noemt men dit cisgender.
    • Bij personen gebruiken we transgender als een bijvoeglijk naamwoord om duidelijk te maken dat de persoon meer is dan transgender: in plaats van ‘een transgender’ zeg je een trans(gender) persoon.
  • Transgenderisme/ Transgenderist
    • Dit is een term die vroeger werd gebruikt om mensen aan te duiden die zich niet identificeren met het geslacht dat hen bij de geboorte werd toegewezen, maar die ook geen interesse hebben om een (volledige) medische transitie te doorlopen. Omdat men minder nadruk wilt leggen op het medische aspect, wordt deze term niet vaak meer gebruikt.
  • Transitie
    • Als een transgender persoon besluit om een transitie te doorlopen, dan gaat die persoon stappen zetten richting de genderexpressie die beter aansluit bij of meer uitdrukking geven aan hun genderidentiteit. Je kan op heel veel verschillende manieren een transitie doormaken, en kiezen wat het beste bij je past. Sommigen kiezen voor andere kleding en haartooi, anderen laten bepaalde medische ingrepen uitvoeren.
  • Trans man
    • Een persoon die geregistreerd werd met een vrouwelijk geboortegeslacht, maar een mannelijke genderidentiteit heeft.
  • Transseksualiteit/transseksueel
    • Deze term werd vroeger gebruikt om transpersonen aan te duiden die specifiek kozen voor geslachtsbevestigende operaties en behandelingen, en vaak een leven binnen de binaire gendernormen. Hoewel verschillende mensen nog kiezen om zich zo te identificeren, wordt de term tegenwoordig minder gebruikt vanwege de grote nadruk op het medische aspect. 
  • Trans vrouw
    • Een persoon die geregistreerd werd met een mannelijk geboortegeslacht, maar een vrouwelijke genderidentiteit heeft.
  • Travestie / Travestiet / Travesties
    • Mensen die aan travestie doen verplaatsen zich tijdelijk in een andere genderexpressie. Dit kan dus door verkleden, make-up en haar, maar ook door taalgebruik en lichaamshouding. Travestie wordt ook wel crossdressing genoemd. Iedereen kan aan travestie doen, ongeacht de genderidentiteit. Travestie in de context van een show of optreden wordt ook wel drag genoemd.
  • Zelfmoord
    • Wanneer een persoon een einde maakt aan hun leven spreken we van zelfmoord. Uit het leven stappen kan verschillende oorzaken hebben. Het is belangrijk om te weten dat wat de oorzaak ook is, elke zelfdoding er één te veel is. Voor ondersteuning kan men terecht bij organisaties zoals teleonthaal of de zelfmoordlijn (www.zelfmoord1813.be of het telefoonnummer 1813).
    • De term ‘zelfmoord’ wordt het meeste gebruikt in het alledaags taalgebruik. Een term die vaak liever wordt gebruikt door mensen die iemand verloren hebben is ‘zelfdoding’. Een andere term die vooral in wetenschappelijk onderzoek wordt gebruikt is ‘suïcide’.