Aangiftebereidheid van slachtoffers van holebi- en transfoob geweld

Het is moeilijk om te zeggen hoe frequent holebifoob en transfoob geweld voorkomt. Veel gevallen worden namelijk niet gerapporteerd. Dat komt omdat slachtoffers niet altijd bereid zijn om aangifte te doen bij de politie. Die lage aangiftebereidheid is niet uniek is voor LBGT+-personen, maar er zijn wel specifieke redenen waarom holebi's en transgender personen minder snel naar de politie stappen.  

Geweldervaringen holebi’s

Maakte ooit geweld mee omwille van seksuele voorkeur: 

  • 89% verbaal/psychisch 
  • 31% fysiek 
  • 22% materieel 
  • 41% seksueel 

Bron: D'Haese, L., Dewaele, A., & Van Houtte, M. (2014). Geweld tegenover holebi’s – II. Een online survey over ervaringen met holebigeweld in Vlaanderen en de nasleep ervan. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. 

Geweldervaringen transgenders

Maakte ooit geweld mee omwille van transgender identiteit of status: 

  • 80% verbaal/psychisch 
  • 27% fysiek  
  • 18% materieel 
  • 32% seksueel 

Bron: Motmans, J., T’Sjoen, G., & Meier, P. (2015). Geweldervaringen van transgender personen in België. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. 

Voornaamste redenen om geweld niet te melden zijn:

  • Niet belangrijk genoeg
  • Angst voor escalatie
  • Angst voor vernedering
  • Denken dat niemand kan helpen
  • Niet uit de kast willen komen
  • Privé houden
  • Proberen het zelf op te lossen

 

 

 

 

Wat zeggen onderzoeken?

Slachtofferbevragingen brengen onderrapportering aan het licht. De belangrijkste bevragingen van de laatste jaren werden uitgevoerd door het Steunpunt Gelijkekansenbeleid en het Fundamental Rights Agency (FRA) van de EU.

De meeste onderzoeken die in de Europese Unie zijn uitgevoerd, tonen aan dat haatmisdrijven door de slachtoffers niet worden gemeld of dat ze verkeerd gekwalificeerd zijn (ondergerapporteerd) in de strafprocedure.

Fundamental Rights Agency LGBT online onderzoek 2013

Het FRA LGBT online onderzoek van 2013 toont een groot onderrapporteringcijfer aan; maar 22% van de incidenten die de respondenten in de vijf jaar voorafgaand aan de enquête hebben ervaren, zijn gemeld. De meest voorkomende reden om de zaak niet te melden aan de politie, was dat slachtoffers dachten dat de autoriteiten er toch niets aan zouden doen. Een derde van de respondenten gaf aan dat ze dachten zelfs al zou de politie willen helpen, ze toch niets zouden kunnen doen.

Ook kan het type van de misdaad de reden zijn voor onderrapportage. Een derde van de deelnemers van de FRA-onderzoek gaf aan dat ze dachten dat hetgeen ze meemaakten niet ernstig genoeg was, of dat het zelfs niet in hen opkwam om melding te doen. De derde meest voorkomende reden voor het niet melden was de angst voor een transfobe of holebifobe reactie van de politie.

Verbaal geweld gebeurt zoveel dat er geen beginnen aan is om dat telkens te gaan zeggen. Het is eigenlijk een soort gewoonte geworden.
deelnemer focusgroep

Steunpunt Gelijkekansenbeleid

Uit de rapporten van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid bleek dat van de Vlaamse holebirespondenten slechts 1 op de 10 contact opnam met de politie, vooral omdat het incident als ernstig genoeg werd ervaren en omdat ze de dader wilden straffen. 1 op de 7 contacteerde daarentegen nooit iemand. Gewoonlijk worden incidenten van een meer fysieke of materiële aard gemakkelijker aan de autoriteiten gerapporteerd. De reden om te melden is daarbij meestal van medische of financiële aard.

Van de Vlaamse transgender personen rapporteerde slechts ongeveer 6% van de slachtoffers van verbaal of psychologisch transfoob geweld het incident. Bij fysiek en materieel geweld stijgt dat aandeel tot ongeveer 20%. Redenen om niet te rapporteren zijn onder meer het idee dat het incident niet ernstig genoeg is en een gebrek aan vertrouwen dat de autoriteiten het incident zullen onderzoeken en vervolgen.

Toen ik net mijn genderexpressie begon te veranderen, begon het nagapen wel maar kijken vond ik geen probleem. Ik heb twee keer geweld meegemaakt op de Gentse feesten. Iemand begon aan mijn tepels te draaien en te doen. Ik wist toen niet goed of ik dat moest aangeven bij de politie en ik heb daar uiteindelijk niets mee gedaan.
Deelnemer focusgroep

Angst om uit de kast te komen?

Angst om tegenover de politie uit de kast te komen, is een minder voorkomende (maar bestaande) reden. In de FRA-enquête is angst voor de reactie van de politie een minder voorkomende reden waarom slachtoffers niet zouden melden, zowel voor wat betreft het laatste incident van intimidatie als de meest ernstige aanval of dreiging met geweld.

Volgens het Vlaams onderzoek van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid wilde 10% van de slachtoffers van holebifoob geweld hun seksuele oriëntatie niet onthullen en wilde 7,5% tot 18,4% (afhankelijk van het type geweld) van de slachtoffers van transfoob geweld hun genderidentiteit niet onthullen. De helft van de slachtoffers van homofoob geweld zou de voorkeur hebben gegeven aan een politieagent die meer vertrouwd was met het onderwerp. Tussen 4% en 15% van de slachtoffers van transfoob geweld hebben eerder negatieve ervaringen met de politie gehad. 

Later op de avond kwam er gewoon iemand aan mijn geslachtsdelen. Al sta ik stevig in mijn schoenen, het is lang geleden dat ik mij zo slecht had gevoeld en ik was daar van aangedaan. Het is in het algemeen moeilijk om te weten waar je terecht kunt.
Deelnemer focusgroep

Had je zelf negatieve ervaringen? Zoek je meer informatie over wat je kan doen? Of wil je er met iemand over praten? Surf dan naar de website van Lumi, de opvang- en infolijn van çavaria.

Op de Lumi-website vind je informatie terug over hoe je kan omgaan met negatieve ervaringen. Ook de vrijwilligers van Lumi staan klaar om jou te helpen. Je kan bellen, chatten of mailen met al jouw vragen of verhalen. Lumi is beschikbaar op maandag, woensdag en donderdag van 18.30 u. tot 21.30 u.

Cijfers

Dark number 

Echte betrouwbare cijfers m.b.t. de prevalentie van geweld en discriminatie hebben we niet, laat staan dat we evoluties kunnen waarnemen. Een stijging in geregistreerde feiten kan immers evenzeer een gevolg zijn van een grotere aangiftebereidheid van slachtoffers of een betere registratie door instanties. Slachtofferbevragingen kan je ook niet altijd zomaar generaliseren, maar geven wel een indicatie en kunnen ook inzicht geven in de verdeling van diverse vormen van geweld of contexten van discriminatie. 

Het is belangrijk, zeker voor onze belangenverdediging, dat het “dark number”, de niet aangegeven feiten, wordt gereduceerd en dat geweld en discriminatie dus beter zichtbaar gemaakt worden. Het probleem van het dark number is immers dat de overheid en andere actoren in vraag kunnen stellen of maatregelen in de bestrijding van discriminatie en geweld wel nodig zijn. Daarnaast is er ook het probleem dat professionelen in het veld bijna nooit te maken krijgen met slachtoffers van LGBT+-foob geweld. Dat maakt het voor vormingen en richtlijnen ook moeilijker om echt een impact te hebben, omdat professionelen op die manier geen ervaring opdoen waarin ze richtlijnen of wat ze geleerd hebben, kunnen toepassen. 

Je kan het echter niet enkel aan de slachtoffers overlaten om meer feiten te melden. Slachtoffers hebben immers soms goede redenen om geen melding te maken. Het is dus cruciaal om inzichten in die redenen te kennen en daar ook op te werken. 

Officiële cijfers 

Voor de opmaak van de politiële criminaliteitsstatistieken, zoals gepubliceerd op www.stat.federalepolitie.be, wordt gebruik gemaakt van gegevens die worden geregistreerd in de Algemene Nationale Gegevensbank (ANG). Dit is een politiedatabank waarin feiten geregistreerd worden op basis van processen-verbaal die voortvloeien uit de missies van de gerechtelijke en bestuurlijke politie. 

De cijfers inzake homofobie die gepubliceerd worden, hebben enkel betrekking op inbreuken op de antidiscriminatiewet. De feitcodes binnen de politienomenclatuur zijn niet gedetailleerd genoeg om haatmisdrijven te herkennen. 

Cijfers van gelijkekanseninstellingen 

De cijfers van Unia, het IGVM en de Genderkamer kunnen enkel maar het topje van de ijsberg tonen. Doorheen de jaren zien we bij het IGVM een lichte stijging. Unia meldde in 2019 een hogere stijging van liefst 38% tegenover de laatste vijf jaar. 

Eisenplatform

Discriminatie en haatmisdrijven zijn een thematische prioriteit in het verkiezingsjaar 2019. Ons eisenpakket van 2019 benoemt volgende eisen:

Discriminatie:

  • Antidiscriminatiewetgeving evalueren en verbeteren 
  • Toegang tot discriminatiemeldpunten vereenvoudigen 
  • Praktijktesten om discriminatie aan te pakken 
  • Inclusieve EU-antidiscriminatieregelgeving 

Haatmisdrijven en -boodschappen:

  • Wetgeving m.b.t. haatmisdrijven en –boodschappen verbeteren 
  • Aanpakken van onderrapportering 
  • Slachtoffers van haatmisdrijven beter begeleiden 
  • SOGIESC geweld verplicht strafbaar in EU lidstaten 

LGBT+-inclusieve hulp aan slachtoffers van geweld 

Slachtoffers van geweld komen vaak in contact met een waaier aan diensten en instellingen die tot doel hebben om slachtoffers te helpen of ondersteunen (al dan niet in het kader van een strafprocedure): slachtofferbejegening (politie), slachtofferonthaal (justitiehuis), slachtofferhulp (CAW), …. 

Uit het rapport “Running Through Hurdles” (Come Forward project) komt naar voren dat weinig diensten specifiek gericht zijn op slachtoffers van LGBT+-foob geweld behalve een klein aantal uitzonderingen (zoals het meldpunt holebi- en transfobie van politie Gent). Het is daarom belangrijk dat bestaande slachtofferdiensten gesensibiliseerd en gevormd worden omtrent LGBT+ thema’s en dat zij outreach doen naar de doelgroep of dat er specifieke gespecialiseerde diensten worden opgericht

Werken met slachtoffers van LGBT-haatmisdrijven

Een praktisch handboek vol achtergrondinfo en concrete richtlijnen voor wie werkt met slachtoffers van LGBT-haatmisdrijven. Een papieren versie van het handboek kan je bestellen via de webshop.

Effectieve toegang tot de rechtsbedeling voor slachtoffers van LGBT+-fobe haatmisdrijven, haatboodschappen en discriminatie, met oog voor hun rechten 

Het is niet enkel van belang dat er een verbod is op discriminatie en dat LGBT+-fobe haatmisdrijven en haatboodschappen gecriminaliseerd zijn – slachtoffers moeten ook hun rechten kunnen laten gelden en de wetgeving moet afgedwongen kunnen worden

Veel zaken die de toegang tot de rechtsbedeling bemoeilijken, hebben te maken met de werking van politie en justitie en zijn niet eigen aan onze doelgroep. De lopende evaluatie van de antidiscriminatiewetgeving is cruciaal. De evaluatiecommissie haalt in haar eerste rapport immers al erg veel zaken aan die kunnen verbeterd worden. Zo zijn er financiële drempels, maar ook de bewijslast bij het vermoeden van discriminatie. Om die reden is het ook van belang dat er praktijktesten worden ingevoerd. 

Daarnaast zijn er ook drempels die rechtstreeks te maken hebben met onze doelgroep. Zo weten we uit onderzoek dat één van de redenen waarom slachtoffers van geweld niet naar de politie stappen, te maken heeft met hun tegenzin om uit de kast te komen. Hier kan op verschillende manieren aan gewerkt worden, bijvoorbeeld door vorming te geven aan politie, anoniem melden mogelijk te maken, “third party reporting” te organiseren, enz. 

Voor slachtoffers van discriminatie zijn er teveel verschillende bevoegde instanties. Waar je als rechtzoekende kan aankloppen, hangt af van twee zaken: het persoonlijk kenmerk waarop je bent gediscrimineerd en het beleidsdomein waarbinnen dit gebeurt (meerbepaald of dit een Vlaamse dan wel federale aangelegenheid betreft). Er is nood aan een eenheidsloket of een overkoepelende instelling die mensen helpt om bij de juiste instantie terecht te komen. 

Alternatieve sancties en herstelgerichte interventies bij LGBT+-fobe haatmisdrijven, haatboodschappen en discriminatie 

Cruciaal bij haatmisdrijven en haatboodschappen is het discriminatoire motief. Behalve het pure gedragsmatige aspect daarvan, zijn er dus ook specifieke attitudes aanwezig. Waar het mogelijk is, moet er dus ook gepoogd worden om houdingen t.a.v. LGBT+-mensen te verbeteren. Alternatieve sancties kunnen in sommige gevallen (zeker bij incidentalisten4) enig effect hebben op de houding van daders (bijv. door te werken bij een organisatie of het volgen van een cursus). Er bestaat echter geen specifiek LGBT+-gerelateerd aanbod

Daarnaast moet er ook meer ingezet worden op herstelgerichte interventies bij haatmisdrijven, haatboodschappen of discriminatie. Zo kan, mits bepaalde voorwaarden vervuld zijn, slachtoffer-daderbemiddeling een beter effect hebben dan een loutere straf of een opgelegd leertraject5. Hoewel een herstelgerichte aanpak niet altijd een optie zal zijn, kan het wel zowel bij daders als bij slachtoffers een positief effect hebben.  

Zowel justitie als slachtoffers moeten bovendien meer op de hoogte gebracht worden van het aanbod, maar ook moet er voldoende kennis zijn over de materie zodat in elke individuele situatie de maatregel genomen kan worden of de praktijk kan ingezet worden met de meeste slaagkansen.  

Effectieve wetgeving voor de bestrijding van LGBT+-fobe discriminatie, haatmisdrijven en haatboodschappen 

Ondanks het feit dat de wetgever in 2007 de drie federale wetten heeft willen harmoniseren, zijn er in de loop van de jaren wijzigingen gebeurd die tot gevolg hebben dat er verschillende bepalingen bestaan al naargelang het beschermd kenmerk. De facto zijn er dus ongelijkheden in de manier waarop de wetgever minderheden beschermt tegen discriminatie. 

De huidige federale wetgeving houdt er bovendien geen rekening mee dat mensen meervoudige discriminatie kunnen meemaken. In dat geval moet een rechtzoekende soms bij verschillende instellingen aankloppen en moet de rechtbank de verschillende vormen afzonderlijk onderzoeken. 

Daarnaast is het nodig om drukpersmisdrijven te correctionaliseren. Haatboodschappen die tevens een drukpersmisdrijf zijn, kunnen nu enkel maar voor het Hof van Assisen komen waardoor er in de praktijk een vorm van straffeloosheid bestaat voor heel wat LGBT+fobe haatboodschappen (vooral op het internet). Hiervoor moet artikel 150 van de Grondwet worden aangepast. 

Ook het strafwetboek moet aangepast worden. De discriminatiegronden vernoemd in de artikels betreffende de verzwarende omstandigheden moeten uitgebreid worden met genderidentiteit en genderexpressie. Daarenboven moet de strafverzwaring ook uitgebreid worden naar andere misdrijven. 

Via onze vormingsorganisatie KliQ kan je heel wat interessante workshops en trainingen volgen over de thema's holebifoob en transfoob geweld en discriminatie. Hieronder vind je alvast een overzicht.