Als je je moet verdedigen

Persoon met bokshandschoenen

© iStockphoto.com

Welke strategie je ook kiest, hou in de gaten waar de ander is en probeer minstens een armlengte afstand te houden. Als je je écht in gevaar voelt en geen van de strategieën mogelijk is of werkt, verdedig je dan fysiek.

Enkele basistips:

Adem. Een diepe ademhaling helpt je kalm te blijven en levert je lichaam de nodige zuurstof. Die heb je nodig voor je hersenen en spieren. De buikademhaling is het meest efficiënt: leg je hand op je middenrif, net onder je ribben. Als je inademt, zwelt je buik een beetje, als je uitademt gaat hij terug.

Ga stevig staan. Evenwicht is belangrijk om rechtop te blijven, ook al beweeg je plots, en om meer kracht te kunnen uitoefenen. Een stevige stand is gebaseerd op de afstand tussen je benen. Sta dus breed, de voeten minstens in heupafstand, buig je knieën een beetje en laat je gewicht gelijkmatig op beide benen rusten.

Gebruik je stem als wapen. Je kunt een aanvaller met een flinke kreet verrassen en imponeren. Andere mensen horen je misschien roepen en schieten ter hulp. Ook is brullen belangrijk omdat het je aanmoedigt, je slagen en trappen meer kracht geeft en je klappen beter helpt opvangen.

Gebruik je lichaam als wapen. Je hoeft niet met wapens rond te lopen. Je handen, knieën en voeten zijn stevig genoeg om ermee te slaan en te trappen. Een stevige vuist maak je door je vier vingers samen te knijpen en je duim ernaast te leggen, altijd buiten je vuist. Je kunt je vuist gebruiken zoals in actiefilms (sla met je knokkels) of zoals een hamer, loodrecht of horizontaal (sla met de zijkant van je hand). Als je trapt, let dan op je tenen. Ze zijn minder stevig dan je voetzool of hiel.

Mik op de meest kwetsbare plekken. De bedoeling is niet om je krachten te meten. Je wil zo snel mogelijk weg. Daarvoor moet je je aanvaller snel uitschakelen. Dat kan – ook met relatief weinig spierkracht – door je aanvaller zo hard mogelijk in de ogen te steken, op de keel te slaan of in het kruis of de knie te trappen. Andere plekken schakelen de aanvaller niet onmiddellijk uit, maar doen wél pijn: neus, oren, middenrif en onderste ribben, schenen en wreef. Hoe groot de aanvaller ook is, of je nu staat, zit of ligt, een kwetsbare plek is altijd binnen bereik. Je krijgt meer kracht als je op het moment van je slag of trap brult en je voorstelt door de aanvaller heen te slaan en te trappen.

Denk buiten het kader. Als je vastgepakt wordt, is de belangrijkste vraag niet “hoe heeft hij me vast?”, maar “wat heb ik nog vrij?”. Zijn je armen niet vrij, gebruik dan hoofd en benen. Als de aanvaller je tegen een muur drukt, gebruik dan de muur voor meer evenwicht. Heel belangrijk: in geval van wurging moet je zo snel mogelijk je keel beschermen om te voorkomen dat je het bewustzijn verliest. Trek je schouders omhoog en je kin op de borst en trek je mondhoeken naar beneden. Dat geeft je de nodige tijd om je lichaam te gebruiken om vrij te komen.

Maak je uit de voeten. Zodra je kunt ontsnappen, breng jezelf in veiligheid. Je bent belangrijker dan je spullen, dus laat ze achter als het moet. Eens in veiligheid, onderzoek of je gekwetst bent. In het vuur van de actie merk je niet altijd onmiddellijk dat je pijn hebt. Indien nodig, zoek een dokter op. Misschien voel je je beter als je een vertrouwenspersoon vraagt om je te vergezellen of te begeleiden.

Mag dat?

Je moet niet bang zijn om zelf vervolgd te worden als je je verdedigt tegen een aanvaller. Er zijn wel wat voorwaarden bij het recht jezelf (of een ander!) fysiek te verdedigen:

  • Er moet een ernstig fysiek gevaar bestaan. Beledigingen en provocaties, hoe erg ook, geven je niet het recht om iemand anders pijn te doen. Pas als je vrijheid (bijv.: opsluiten of kidnappen), integriteit (bijv. aanranding), gezondheid (bijv.: slagen en verwondingen) of leven w, mag je de aanvaller pijn doen.
  • Het gevaar moet onrechtvaardig zijn. Bijvoorbeeld, als je eerst iemand aanvalt en die zich verdedigt mag je dat niet als excuus voor wettige zelfverdediging nemen.
  • Het gevaar moet al plaatsvinden of nakend zijn. Als de aanvaller je al slaat mag je die natuurlijk onmiddellijk weren. Maar ook als je met reden mag geloven dat de aanval eraan komt (bijv. de aanvaller haalt uit of komt dreigend dichterbij) en je misschien nog geen slag hebt gekregen. Als het gevaar voorbij is, de aanvaller roerloos op de grond ligt of wegloopt, dan stopt je recht op verdediging. Wraak is niet toegestaan!
  • Fysieke zelfverdediging moet de laatste uitweg zijn. Zou je nog kunnen weglopen, hulp halen of de aanvaller kalmeren, dan mag je geen geweld gebruiken. Pas als je geen andere oplossing meer hebt, mag je fysieke technieken gebruiken.
  • Je verdediging moet in verhouding staan tot de aanval. Het is onmogelijk om vooraf te weten wat een aanvaller precies van plan is. De wet bedoelt er dus niet ‘oog om oog’ mee. Maar als je iemand die je betast zo erg toetakelt dat hij ervan levenslange gevolgen aan over houdt, dan ben je hoogstwaarschijnlijk te ver gegaan. Je moet je voor wettige verdediging beperken tot wat minimaal nodig is om het gevaar te stoppen. Als een aanvaller groter en sterker dan jezelf is, gewapend is of met meerderen aanvalt, mag je je feller verdedigen.

Dit is een tekst uit de gids "Opvallen en rechtslaan, een gids voor slachtoffers van holebifoob en transfoob geweld". Lees meer.


Logo Gelijke Kansen in Vlaanderen

Deze inhoud kwam tot stand met de steun van Gelijke Kansen in Vlaanderen.