Vlaams beleid: doelgroepen en partners

Eén minister, heel wat doelgroepen
De Vlaamse minister voor Gelijke Kansen streeft naar gelijke kansen voor iedereen en wil feitelijke ongelijkheden zichtbaar en bespreekbaar maken, gelijkheid en gelijkwaardigheid bevorderen en nieuwe ongelijkheden voorkomen. Hij schenkt in het bijzonder aandacht aan enkele prioritaire achterstellingsmechanismen: gender, een gebrek aan toegankelijkheid (van de fysieke leefomgeving en van informatie), handicap en seksuele identiteit.
Betekent dit dat de Vlaamse overheid geen interesse heeft in andere achterstellingsmechanismen zoals leeftijd, armoede of etnisch-culturele achtergrond? Nee. Ook over deze thema's voert Vlaanderen een beleid, maar deze bevoegdheden zijn toegewezen aan andere ministers.
De minister stimuleert wetenschappelijk onderzoek, zet campagnes op en informeert met brochures of andere publicaties. Hij voert een proactief gelijkekansenbeleid, maar wil ook discriminatie tegengaan, en netwerkt zoveel als nodig is, ook internationaal.


Eén minister, verschillende partners
De kracht achter een sterk gelijkekansenbeleid ligt onder meer in de uitbouw van zorgvuldig uitgekozen partnerships binnen het middenveld, de academische wereld en de andere beleidsniveaus. Daarbij wordt gezorgd voor een continue wisselwerking tussen beleid, wetenschap en ervaringdeskundigheid: drie pijlers die bijdragen tot een onderbouwde en gedragen beleidsvoering.
Het Vlaamse gelijkekansenbeleid werkt samen met een breed spectrum aan verenigingen en niet-gouvernementele organisaties die deskundig zijn in de holebi- en transgenderthematiek. Voor de noodzakelijke wetenschappelijke onderbouw doet het Vlaamse gelijkekansenbeleid beroep op partners uit het academische veld.


Middenvelders voor feedback
Middenveldorganisaties hebben een klare kijk op de noden van holebi's en transgenders. Het Vlaamse gelijkekansenbeleid onderhoudt daarom nauwe contacten met dit middenveld. Çavaria, de koepel van Vlaamse en Brusselse holebi- en transgendergroepen, is de belangrijkste speler. De organisatie ontvangt structurele financiering van de Vlaamse overheid en ondersteunt het gelijkekansenbeleid in zijn beleidsvoering.
Naast de gesubsidieerde koepel zijn ook kleinere holebi- en transgendergroepen gesprekspartner. Vlaanderen kent een divers en rijk holebi- en transmiddenveld. De overheid consulteert bijvoorbeeld specifieke groepen over het thema allochtone holebi's, over lesbiennes en biseksuele vrouwen, over holebi-jongeren of over holebi-ouderschap. Deze organisaties kunnen bovendien via projectsubsidiëring bijdragen tot het realiseren van de doelstellingen van het gelijkekansenbeleid. Een dergelijke projectsubsidiëring maakt de weg vrij voor jonge organisaties die een vernieuwende kijk op de gelijkekansenproblematiek kunnen initiëren in het beleid.
Het overleg gaat in twee richtingen. De overheid bevraagt het middenveld niet enkel om ideeën af te toetsen of input te leveren, het middenveld kan ook zelf ideeën voor initiatieven of producten aanreiken. De organisaties nemen deel aan stuurgroepen en voeren mee promotie voor de producten die het gelijkekansenbeleid ontwerpt.


Onderzoekers voor data
Om een efficiënt beleid te voeren, is wetenschappelijk onderzoek belangrijk. Onderzoek garandeert inzicht in knelpunten en legt hun oorzakelijke verbanden bloot, wat cruciaal is om de juiste beleidskeuzes te maken. Bovendien zijn deze onderzoeksresultaten ideaal om ministers te overtuigen om bepaalde problemen snel aan te pakken.


Het Steunpunt Gelijkekansenbeleid voert wetenschappelijk onderzoek over de gelijkekansenthema’s binnen een vooraf vastgelegde langetermijnplanning. Dit Steunpunt beschikt over een specifieke onderzoekslijn over holebi's en transgenders. In het 'expertennetwerk holebi-onderzoek' zitten onderzoekers, overheid en middenveld samen aan tafel om lopende onderzoeken op te volgen en nieuwe voorstellen te bespreken. Maar ook andere onderzoeksinstanties en universiteiten kunnen inschrijven op ad-hoconderzoeken die door de Vlaamse overheid worden uitgeschreven.


Van 2002 tot 2006 werd het Zzzip-onderzoek gevoerd. Het was de eerste grootschalige bevraging naar de leef- en werksituatie en seksualiteitsbeleving van holebi's in Vlaanderen. Het holebimiddenveld investeerde mee in de bekendmaking van dit onderzoek en werkte actief mee aan de werving van respondenten. Uit dit onderzoek bleek dat een derde van de ondervraagden in de kast blijft op het werk, dat vooral jonge lesbiennes veel risico lopen op depressies en dat oudere holebi's een groep zijn die specifieke aandacht verdient. De overheid en het middenveld grepen deze resultaten aan om prioriteiten te leggen in hun beleid. Dit onderzoek kreeg een vervolg in 2010- 2011. Meer over de resultaten vind je hier.