Tips in verband met toegankelijkheid van je activiteiten voor holebi's met een beperking

vergaderen

Tof dat je als vereniging met dit thema aan de slag wilt gaan! Hieronder vind je allerlei tips om de toegankelijkheid van je activiteiten en vereniging voor mensen met een beperking te verbeteren. Dit is natuurlijk slechts een aanzet en geen 100 procent volledige lijst. Aanvullingen qua algemene tips en voorbeelden zijn zeker welkom.

De groep

  • Ken als vereniging je eigen grenzen en mogelijkheden, zowel van de medewerkers als van de leden (draagkracht, kennis, vaardigheden, mogelijkheden). Jullie zijn een vrijwilligersorganisatie die werkt met vrijwilligers, niemand verwacht dat jullie dezelfde kennis en vaardigheden hebben als mensen die professioneel met personen met een beperking werken (opvoeders, toegankelijkheidsdeskundigen, orthopedagogen) of dezelfde mogelijkheden/middelen als een voorziening (die van de overheid subsidies krijgt om te werken met personen met een beperking).
  • De deskundigheid van jullie vereniging richt zich op het aspect ‘holebi’ (zelfaanvaarding, coming-out, relaties,...). Voor andere thema's (werkloosheid, verslaving,...) doe je waarschijnlijk ook beroep op andere organisaties (bijvoorbeeld Jongeren Advies Centrum of Centrum Algemeen Welzijnwerk), zowel op vlak van informatie als doorverwijzing. Doe voor het aspect ‘(toegankelijkheid voor) holebi's met een beperking’ dus gerust beroep op organisaties die rond dit thema werken (De Roze Maks in West-Vlaanderen, De Roze Joker in Oost-Vlaanderen, De Roze Wapper in Antwerpen, De Roze Ballon in Vlaams Brabant en De Roze Bink in Limburg). Ook bij çavaria kan je terecht voor meer informatie rond dit thema.
  • Toch zijn vaak kleine aanpassingen voldoende om (toch een deel van) je activiteiten toegankelijker te maken.

Soorten beperkingen

  • Sensorieel: blind / slechtziend, doof / slechthorend, geen/weinig smaak- of geurzin, geen gevoel in bepaalde lichaamsdelen
  • Motorisch: rolstoelgebruiker, verlamming ledematen, verlaagde mobiliteit, ontbreken van ledematen, bewegingsproblemen, ongecontroleerde bewegingen (schokken, tics, moeizame oog-handcoördinatie)
  • Verstandelijk/cognitief: IQ lager dan 90, leerstoornis, dyscalculie, dyslexie (vergelijkbaar probleem als iemand die onze taal niet goed begrijpt: ingewikkelde zinnen, moeilijke woorden, beeldspraak kunnen een probleem vormen)
  • Sociaal: autisme, zware verlegenheid, gilles de la tourette (vergelijkbaar met iemand uit een totaal andere cultuur: autisten snappen vaak de ongeschreven sociale spelregels niet, die wij van kindsbeen hebben aangeleerd en dus voor vanzelfsprekend beschouwen, ook probleem met afstand/nabijheid, grenzen...). Bij gilles de la tourette de uitbarstingen negeren. Autisten hebben vaak een idée fixe (een onderwerp waar ze heel graag over praten, tot vervelens toe...).
  • Zelfstandigheid: dit is een bijkomende mogelijke beperking. Sommige deelnemers kunnen onder begeleiding zijn van een voorziening voor personen met een beperking (verblijven in de voorziening, begeleid zelfstandig wonen, een beperkt budget hebben, problemen hebben met het gebruik van openbaar vervoer). Hou daar rekening mee. Soms dien je afspraken te maken met/via een begeleider. Betalende activiteiten kunnen een probleem zijn (niet enkel voor personen met een beperking natuurlijk), het kan nodig zijn dat de deelnemer op de juiste tram/bus/trein naar huis/voorziening wordt gezet,... Je toetst dus best af wat mogelijke beperkingen op vlak van zelfstandigheid zijn, en zoek samen naar oplossingen.

Mogelijke aandachtspunten + tips

  • Personen met een beperking vinden vaak moeilijk(er) aansluiting bij een vereniging wegens het behoren tot een dubbele minderheid. Extra moeilijkheden kunnen zich voordoen als de betrokken persoon één of meerdere eigenschappen niet volledig aanvaard heeft (dat kan zowel gelden voor het holebi-/transgender-aspect, als het beperkingsaspect).
  • Onthalers/mailbeantwoorders erop wijzen in hun achterhoofd te houden dat iemand een beperking kan hebben (10% van de bevolking heeft een beperking, dus ook heel wat holebi's), net zoals ze ook in het achterhoofd dienen te houden dat iemand bi kan zijn, of transgender, of van buitenlandse afkomst,...). Bijvoorbeeld: een mail met simpele verwoording, of veel schrijffouten, of eigenaardige zinswendingen, of zogenaamde ‘sociaal onaangepaste vragen’, kunnen wijzen op een verstandelijke/sociale beperking. Een mail met ‘foute’ grammatica/spelling kan wijzen op iemand die onze taal niet machtig is, of een dove persoon (die de gebarentaalgrammatica gebruikt, gebarentaalgrammatica is anders dan Algemeen Nederlandse grammatica). Bijgevolg antwoord je best in eenvoudige bewoording, zonder beeldspraak, maar ga hun ‘fouten’ niet imiteren.
  • Onthalers en andere medewerkers opleiden over hoe om te gaan met een beperking (al dan niet via een gespecialiseerde organisatie). Onthalers ook opleiden om een soort ‘buddy-functie’ op te nemen: iemand bij wie de persoon met een beperking terecht kan met vragen, en iemand die de persoon wegwijs maakt in de werking, of bijstuurt waar nodig (bijvoorbeeld bij sociaal ongewenst gedrag).
  • Aanpassingen steeds in overleg en op voorhand met de betrokkenen. Niet iedereen vindt een aanpassing leuk, omdat dit de beperking benadrukt, anderen waarderen het dan weer wel. Dit is een taak voor de buddy. Indien een aanpassing niet lukt, daar ook openlijk over praten (eventueel een alternatief zoeken, bijvoorbeeld een lokaal is niet rolstoeltoegankelijk: afspreken of de persoon het oké vindt naar boven te worden gedragen).
  • Is het lokaal toegankelijk voor rolstoelgebruikers? Indien niet: kan de buddy helpen? Zijn er ‘fysieke’ opdrachten waarbij iemand met een motorische beperking moeilijkheden kan hebben, en dus de hulp van de buddy zou kunnen gebruiken?
  • Bij sensoriële beperking de communicatie aanpassen, of door de buddy een vervangende communicatie regelen. Bijvoorbeeld bij een spel wordt een foto gebruikt: is er een tastbaar alternatief (beeldje van 2 personen die knuffelen, in plaats van een foto van 2 mensen die knuffelen)? Een buddy kan een geschreven tekst voorlezen aan een blinde persoon; gesproken tekst geeft een buddy aan een dove persoon. Dove personen kunnen meestal liplezen, dus een goed ‘lipbeeld’ (goed articuleren + mond niet ‘verborgen’ door de houding van de persoon, slechte verlichting, vermomming of overhangende snor; de dove kan beter liplezen als de spreker deze persoon recht aankijkt) kan al veel helpen. Luider praten helpt bij doven niet, lipbeeld is belangrijker. Gesproken taal eventueel ondersteunen door gebaren (vele gebaren zoals ‘drinken’ en ‘eten’ zijn heel courant).
  • Bij verstandelijke/cognitieve beperking: communicatie aanpassen (zowel in promo als onthaal als tijdens activiteiten): simpele taal gebruiken, korte zinnen, weinig of geen beeldspraak (of buddy legt de beeldspraak uit), enkelvoudige begrijpbare opdrachten/mededelingen, eventueel geschreven teksten vervangen of ondersteunen door visueel materiaal (film, foto, prent). Buddy houdt in de gaten of de betrokken persoon het snapt (bij twijfel mag het wel gecheckt worden door bijvoorbeeld na een speluitleg te vragen "oké?" of "zijn er nog vragen?"). Aangepaste communicatie is niet hetzelfde als kinderachtige communicatie (maak er geen poppenkast of sprookje van, spreek zoals je zou doen bij een volwassene die Nederlands niet als moedertaal heeft. Voordeel is dat je hiermee 2 vliegen in een klap vangt: toegankelijke communicatie is niet enkel handig voor mensen met een verstandelijke beperking, maar ook voor mensen met een andere taalachtergrond.
  • Sociale beperking is minder evident: de buddy mag hier bijsturen of "sociale tips" geven (bijvoorbeeld: even apart nemen en zeggen "niet iedereen vindt het leuk om aangeraakt te worden door iemand die ze niet goed kennen", "niet iedereen vindt intieme vragen leuk", "praat niet enkel over je eigen interesses, maar vraag ook eens naar de hobby’s van anderen".)
  • Breng de leden op een ludieke wijze begrip bij voor de beperking, zonder het er vingerdik op te leggen. Bijvoorbeeld in een spel rond vreemde culturen (een groep spreekt bepaalde sociale regels af; de andere groep gaat op bezoek en snapt er niets van. Na het spel eventueel de link leggen met andere culturen, autisme,…). In een spelopdracht een communicatiemiddel uitschakelen (bijvoorbeeld het lokaal helemaal verduisteren, of men mag niet spreken,...) of motorisch moeilijk maken (opdracht uitvoeren met wanten aan, of zonder recht te staan van hun stoel, met één hand,...).

Hieronder vind je deze tips in Word. Heb je zelf nog tips of aanbevelingen? Geef dan gerust een seintje via [email protected]