ZiZo: biseksueel

Ik stak mijn biseksualiteit weg onder de noemer ‘als je gedronken hebt, dan zoen je wel eens een andere vrouw

“Mensen struikelen er soms over als ik dat van mezelf zeg, ‘gehandicapt’ of ‘met een handicap,’ maar ik hou daar wel van. Misschien wel omdat het een soort van claimen is, zoals je het woord ‘queer’ claimt”, zegt Anaïs. Ze bouwt graag een identiteit rond gehandicapt zijn op en dat gaat nu eenmaal moeilijker met alternatieven als ‘functiebeperking’. “Je hebt het dan ook alleen over de beperking, de negatieve kant van een handicap.”

Lichamen en gender

Vandaag willen we het hebben over identiteit en welke kruispunten Anaïs omarmt in de hare. We installeren ons in haar zetel en beginnen bij het begin. “Ik was een jaar of twaalf toen ik de eerste feministische basiswerken naar huis begon te slepen en begon te lezen. Mijn interesse ging voornamelijk uit naar lichamen en seksualiteit, en ik bekeek veel dingen vanuit de lens ‘lichaam’. Dat zal ook wel iets met mijn handicap te maken hebben gehad.”

Na gesprekken over gender voelde Anaïs de behoefte om ook andere onderwerpen uit te spitten, zoals dik zijn in een maatschappij die dikke mensen afschildert als lui, dom en ongezond. Ze wilde weten hoe je daar een politieke analyse van kan maken, hoe je lichaamsbeleving is als dik persoon.

Vrouwen doen dat nu eenmaal

In de podcast 'Vuile Lakens' heeft Anaïs het samen met Heleen Debruyne over ‘seks, lichaam en alles waar je in keurig gezelschap niet durft over praten’. “Door de podcast ben ik mijn eigen seksualiteit ook beginnen te deconstrueren. Wat vond ik vanzelfsprekend en wat niet? Ik wist al dat ik op sommige vlakken een buitenbeentje was.” Polyamorie bijvoorbeeld. Bij polyamorie kan een persoon seksuele en/of romantische relaties aangaan met meerdere personen tegelijk, met de uitdrukkelijke toestemming van alle personen in kwestie. 

Als je zegt dat iedereen welkom is, benoem dan ook lichamen met een handicap

Polyamorie stelt ook allerlei aangeleerde heteronormen in vraag. Toch duurt het even voor Anaïs haar biseksualiteit serieus kon nemen. “Ik had nooit een voorbeeld voor biseksualiteit. Homoseksualiteit was geen taboe bij ons thuis, maar ik spiegelde me niet aan de lesbische vriendinnen van mijn ouders. Ah ja, ik viel ook op mannen, dus was ik niet lesbisch. Vraagstuk afgerond, dacht ik als tiener.”

Het is niet alleen het gebrek aan een rolmodel, vertelt Anaïs, het is ook de vrouwenhaat in onze maatschappij. “Ik stak dat weg onder de noemer ‘als je wat gedronken hebt, dan zoen je wel eens een andere vrouw. Vrouwen onderling doen dat nu eenmaal’, zonder daar verder bij stil te staan. Alsof ik geleerd had om intimiteit met iemand anders dan een man niet zo serieus te nemen.”

Van pluspunt naar kruispunt

Ook handicap was iets dat Anaïs pas later ging thematiseren. “Ik wilde dat eerst niet doen, omdat ik bang was dat ik het ging problematiseren. Alsof dat alleen maar het tragisch narratief rond handicap zou benadrukken in plaats van nuanceren.”

“Het is een beetje een rouwproces”, zegt Anaïs. “Waar ik momenteel mee worstel is dat ik voor de handicap geen ruimte ken waar ik er met anderen over kan praten. Bij feministische en queer ruimtes heeft het ook een tijdje geduurd voordat ik een plek vond waar ik me thuis voelde, maar ik heb ze wel gevonden.”

Dat betekent niet dat er geen ruimtes zijn voor mensen met een handicap, maar mensen leiden geen single-issue lives, en zo ook Anaïs. Feministische en queer ruimtes zijn zelden aangepast aan de noden van mensen met een handicap. “Om me goed te voelen, heb ik het nodig dat al die kruispunten (gender, seksualiteit, lichaamsbeleving, red.) samengenomen worden. Dat is niet vanzelfsprekend. Ik merk het compleet gebrek aan bewustzijn in die ruimtes waar ik me vroeger wel thuisvoelde, de stomme opmerkingen, de ongepaste vragen. Je voelt dat jouw lichaam niet echt thuishoort op het queer of feministisch feestje.””

© Trui Hussein Hanoulle Tsjirpende krekels

Het is niet alleen dat jouw lichaam niet echt thuishoort op het feestje, maar ook dat mensen met een handicap niet hoog op het lijstje van begeerlijke mensen staan, ook niet in queer en feministische ruimtes. “Ik vraag soms aan mijn vrienden: ‘Hoeveel mensen met een zichtbare handicap heb je ooit al op zo’n datingapp gezien?’ Dan hoor je ineens krekels tsjirpen in de verte.”

Anaïs gaat dieper in op begeerlijkheid in queer ruimtes. “Begeerlijkheid krijgt in queer ruimtes een heel specifieke invulling. Queer zit dan wel niet in de mainstream, toch vind je er een hiërarchie in terug, waarbij mensen met een handicap ergens onderaan bengelen.” Als er dan al een opsomming wordt gemaakt van welkome lichamen, staan lichamen met een handicap er geregeld niet eens tussen, vertelt Anaïs. “Als je zegt dat iedereen welkom is, benoem dan ook lichamen met een handicap.”

Bovendien worden mensen met een handicap zelden gezien als seksuele personen. “Mensen met een handicap zijn vaak noch seksueel object van verlangen, noch seksueel subject van verlangen. We worden geïnfantiliseerd, hebben geen seksleven. Handicap met seksualiteit koppelen is al verregaand. Zo zijn er nog identiteiten die naar de zijlijn worden geschoven.”

Mooi gehandicapt en gerepresenteerd

Iets wat helpt om het begrip ‘schoonheid’ op te rekken is representatie. “Mensen met een handicap zichtbaar maken in promomateriaal, ons op het podium zetten, films laten zien gemaakt door en/of over mensen met handicap, queer porno draaien waarin mensen met een handicap te zien zijn: dat zijn allemaal dingen die de representatie verbeteren.”

Mensen met een handicap zijn vaak noch seksueel object van verlangen, noch seksueel subject van verlangen

Representatie gaat hand in hand met narratieven. “Feminisme slaagde erin om sommige narratieven om te keren. Het oorspronkelijke narratief ‘als je met een korte rok over straat loopt en je wordt lastiggevallen, dan heb je dat uitgelokt’ veranderde dankzij feminisme in ‘je hebt autonomie over je eigen lichaam, het is nooit je eigen schuld als iemand anders je aanrandt.’ Dat moet ook gebeuren voor mensen met een handicap.”

Cripping it up

Ook bij representatie in films en series is er nog veel werk aan de winkel. “Een goede vertegenwoordiging van personages met een handicap zien we veel te weinig. Het enige wat wel eens voorkomt, is de dramatische film waarbij iemand een ongeluk of ziekte heeft, en dat is een onmogelijke tragedie. Meestal is het ook een acteur die hengelt naar een Oscar. Gehandicapte acteurs in Hollywood die zelf zelden aan een rol geraken noemen dat cripping it up.”

"Het is niet dat tragische verhalen over personen met een handicap niet verteld mogen worden,” zegt Anaïs. “Het is gewoon gek dat dit het enige verhaal is dat over handicap verteld wordt. De complexe levens van mensen met een handicap brengt men niet in beeld, tenzij als metafoor.” Een film van haar leven zou er helemaal anders uitzien. “Ik sta ’s morgens niet op en zeg: ‘Weet je dat ik gehandicapt ben??!’ om dan ’s middags met vriendinnen te lunchen en te zeggen: ‘Ik heb zo’n last van mijn handicap! Wist je niet dat ik maar anderhalve arm heb!’ Als ik lunch met mijn vrienden dan roddelen we over wie er met wie heeft geslapen, niet over hoe ik één hand heb en dat toch wel heel lastig is. Zo steekt mijn leven niet ineen.”

Representatie is het beeld dat je naar buiten brengt

Hoe kunnen organisatoren zonder handicap hun evenementen inclusief maken voor mensen met een handicap? Eerst moeten ze zich bewust zijn van het verschil tussen toegankelijkheid en representatie, aldus Anaïs.

Representatie is het beeld dat je naar buiten brengt: je posters, de eventbeschrijving op Facebook, de foto’s op je website

Representatie is het beeld dat je naar buiten brengt: je posters, de eventbeschrijving op Facebook, de foto’s op je website... “Toegankelijkheid betekent: is de ruimte toegankelijk? Kan je een doventolk aanvragen? Kunnen mensen met mobiliteitsproblemen binnen? Als persoon met een handicap voel je jezelf vaak een killjoy als je dat soort vragen moet stellen.” Hoewel je toegankelijkheid niet altijd zelf in de hand hebt, vraag je toch best elke keer of een locatie toegankelijk is. “Ook al is het antwoord njet, als er na jou nog twintig groepen dezelfde vraag stellen, begint er misschien iets te dagen bij de eigenaars van de zaal.”

Educate yourself

Een tweede tip had ik ook al bij andere kruispunten opgevangen: educate yourself. “Leer over wat handicap is, over hoe mensen daarop kunnen reageren”, legt Anaïs uit. “Ik kan de hoeveelheid feestjes ook niet opsommen waar mensen echt heel domme dingen zeggen. Als zoiets gebeurt, moet je als organisator klaar staan om het gesprek te openen.”

Wees zelf op de hoogte van wat er gebeurt in disability studies, lees een boek over crip theory (de academische discipline die zich bezighoudt met queer studies en disability studies, red.), volg een pagina over handicapactivisme. “Maar vooral, luister naar die ene persoon met een handicap die zijn vinger opsteekt. Het is echt vermoeiend als je de enige persoon met een handicap in de ruimte bent. We steken onze hand niet op omdat we graag lastig doen.”

Om het samen te vatten: zorg er dus voor dat je ruimtes toegankelijk zijn en maak duidelijk dat ze toegankelijk zijn. Betrek mensen met een handicap in je communicatie en laat merken dat mensen met een handicap welkom zijn. En tot slot: blijf je kennis bijschaven over de mogelijkheden en noden van mensen met een handicap zodat je geen lege woorden verkondigt wanneer je jouw event als ‘inclusief’ bestempelt.

Bron: 

Eigen verslaggeving

Anaïs Van ErtveldebiseksueelhandicapintersectionaliteitVuile Lakens

Iris getuigt: "Mensen met autisme kunnen ook tot de LGBT+-gemeenschap behoren"

“Ik denk dat de twijfels over mijn eigen seksuele oriëntatie begonnen toen ik een jaar of dertien was. Er was een meisje in een andere klas dat ik erg leuk vond. Seksuele voorlichting op mijn school was vrij minimaal en voorlichting over seksuele diversiteit werd al helemaal niet gegeven. Van biseksualiteit had ik nog nooit gehoord. Ik wist wel dat er mensen bestonden die op hetzelfde geslacht vielen, maar ik kende ze niet. Op school was er niemand die er openlijk voor uitkwam.”

Energie om te overleven

“Veel tijd om met mijn eigen seksualiteit bezig te zijn had ik niet, want ik had al mijn tijd en energie nodig om te overleven op school. Ik heb dan ook jaren niks met het onderwerp gedaan. Ik was toen nog niet op de hoogte van mijn eigen autisme. Het sociale aspect van school was voor mij de hel. Eenmaal bevrijd van de ellende van het middelbaar kon ik gaan studeren. 

“Studeren aan de universiteit was voor mij makkelijker dan leren op school, vermoedelijk omdat ik mij kon concentreren op de inhoud en minder last had van de sociale ballast, waar ik zelf keuzes in kon maken. Als student op kot had ik veel meer vrijheid om zelf te bepalen wat ik deed en met wie ik omging.”

Mijn coming-out als biseksueel was het laatste puzzelstukje dat nog ontbrak in mijn zelfacceptatie

Een nieuw begin

“Op een zeker moment werd ik verliefd op een man en ik dacht dat dat betekende dat ik dus hetero was. Na het verbreken van die relatie, die ongeveer een jaar geduurd heeft, sloeg de twijfel toch weer toe. Inmiddels wist ik wel dat er ook zoiets als biseksualiteit bestond en heb ik me jarenlang afgevraagd of ik dat misschien zelf was. Afwisselend kon ik mannen en vrouwen aantrekkelijk vinden.

“Drie jaar na mijn afstuderen kreeg ik de diagnose asperger. Ik was toen 28. Dat gaf me niet alleen inzicht in mijn eigen functioneren, maar ook inzicht in het functioneren van neurotypische personen (mensen met ‘doorsnee’ hersenen, red.). Leren over de interactie tussen mezelf en die sociale wereld om mij heen was erg belangrijk voor mij om verder te kunnen. Daardoor kreeg ik een nieuw begin en kon ik mezelf weer accepteren.”

Het laatste puzzelstukje

“Mijn coming-out als biseksueel volgde enkele jaren later. Ik accepteerde het al langer voor mezelf, maar had nog niet de behoefte om dat aan de grote klok te hangen. Ik had ook niet de indruk dat het iemand wat kon schelen, dus wist ik niet wie ik daarmee zou moeten lastigvallen. Het was een puzzelstukje dat nog ontbrak in mijn zelfacceptatie. Hoe dan ook, een spectaculaire coming-out heb ik niet gehad. Ik heb een foto van mezelf met een grote bi-pridevlag op Facebook gezet, en dat was het wel zo'n beetje.

Dat is nu een jaar geleden. Ik dacht dat mijn moeder al langer wist van mijn seksuele geaardheid. Ik had haar immers al meerdere keren gezegd dat als ik een relatie zou aangaan, dat dat niet per se met een man hoefde te zijn. Kennelijk was de boodschap nooit geland. Ik heb haar expliciet moeten vertellen dat ik biseksueel ben. Ze reageerde vrij laconiek met: "Oh? Nou, ik had het eerder van je broer verwacht."

© Iris Westhoff Het belang van AutiRoze

“Bij AutiRoze heb ik ook mijn huidige vriendin leren kennen. Ik ging al naar de bijeenkomsten van AutiRoze als bezoeker en werd vrij snel zelf vrijwilliger voor de organisatie. Ik vind AutiRoze belangrijk: door te tonen dat mensen met autisme ook tot de roze gemeenschap kunnen behoren, wil ik het aanvaarden bevorderen. En daarmee bedoel ik niet alleen dat de buitenwereld ons moet accepteren, maar vooral dat mensen die tot de doelgroep van AutiRoze behoren zichzelf kunnen accepteren.”

Bron: 

Eigen verslaggeving

Vlaamse Vereniging AutismeautismeLGBTbiseksueelGerelateerd nieuws: Mensen met autisme zijn vaker holebi of transgender

"Het is een moedige stap voor queer mensen van kleur om uit de kast te komen"

ZIZO ontmoette Gurchaten Sandhu eind oktober 2018 toen hij op de eerste KliQ Works Workplace Conference in Brussel een inspirerende keynote speech gaf. De conferentie wilde inclusieve aanwervingspraktijken bevorderen en gaf hands-on voorbeelden en best practices. Sandhu is een drukbezet man maar enkele maanden later kon ZIZO hem toch voor een interview strikken.

Laten we starten bij het begin. Was het moeilijk om in het reine te komen met het feit dat je homo bent?

Gurchaten Sandhu: "Ik begon te realiseren dat ik me tot mannen aangetrokken voel toen ik twaalf was, maar ik wist niet wat het was. Toen ik daarachter kwam, wist ik dat ik geen homo wou zijn, omdat ik dacht dat dit niet kon omwille van veel verschillende redenen. Bijgevolg ontkende ik te zijn wie ik werkelijk was toen ik opgroeide. Ik zou mezelf altijd beschermen door verschillende vormen van geïmiteerde mannelijkheid te doorlopen, tot het punt waarop het giftig werd. Het werd een deel van mij. Het grootste ding voor mij was dat ik mezelf bleef ontkennen, ook al wist ik dat ik homo was.”
 
"Aanvaarden wie ik werkelijk was, was een geleidelijk proces. Maar ik was niet in staat om mijn seksualiteit te ontdekken omdat ik voortdurend over mijn schouder moest kijken in angst dat ik betrapt zou worden of dat iemand het zou ontdekken. Het was niet totdat ik was verhuisd naar Genève dat ik mezelf de vrijheid gaf om mijn seksualiteit volledig te verkennen en begon met mezelf te zijn.”

Mijn eerste ervaring met discriminatie was niet vanwege mijn seksualiteit, maar vanwege mijn ras, etniciteit en geloof

Op welke schaal ervaar je discriminatie op deze kruispunten, een homoseksuele Brits-Indische, Sikh man zijnde?
 
“Mijn eerste ervaring met discriminatie was niet vanwege mijn seksualiteit, maar vanwege mijn ras, etniciteit en geloof. Deze delen van mij zijn zichtbaar en kan ik niet verbergen, in tegenstelling tot mijn seksualiteit. Ik herinner me dat, toen ik kind was, werd gezegd ‘ga terug naar waar je hoort’ of ‘Paki, ga naar huis!’ Een voorval dat ik me duidelijk herinner was toen ik samen met mijn neven en nichten vanuit het park naar huis wandelde en mijn tulband werd afgetrokken. Ik voelde me zo aangevallen en beschaamd. Alsof het mijn schuld was dat ik Indisch was, van kleur... omdat ik een Sikh-jongen met een tulband was. De enige plek waar ik mij veilig voelde was thuis bij mijn ouders. Maar als het over mijn seksualiteit ging, veranderde dit en ik was niet zeker of ik nog veilig zou zijn bij mijn familie en of ze me zouden accepteren zoals ik ben.”
 
"Wat ik heb gezien in de homogemeenschap, een Indische man van kleur met een tulband zijnde, is veel racisme en stereotypen. Mensen stellen vaak vragen zoals: 'wat zit er onder uw tulband?' of ik wordt gehyperfetisheerd vanwege mijn tulband en lang haar. Er is ook het tegenovergestelde, wanneer je helemaal niet als aantrekkelijk wordt gezien, alleen vanwege de kleur van je huid of omdat ik een tulband draag."

Toen ik uit de kast kwam moest ik werken aan het niveau van giftige mannelijkheid in me dat ik had geërfd van zowel de Punjabi als de Britse cultuur waarin ik ben opgegroeid

"Je leeft in het midden van deze twee parallelle universums en wordt constant van het ene naar het andere geduwd. Je wordt gehyperseksualiseerd aan de ene kant en aan de andere kant wordt je gewoon gezien als lelijk of walgelijk, als gevolg van racisme. Er is een soort van een standaard van hoe homoseksuele mannen er moeten uitzien en je moet erbij horen en dat doe ik niet.”
 
"Ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat we allemaal vooroordelen hebben, ook ikzelf. Heb ik ook gediscrimineerd? Toen ik uit de kast kwam, had ik dit niveau van giftige mannelijkheid in me dat ik had geërfd van zowel de Punjabi als de Britse cultuur waarin ik ben opgegroeid. Ik moest hieraan werken én aan mijn eigen vooroordelen. Voordat we naar andere mensen wijzen, moeten we nadenken over onszelf.”

© Gurchaten Sandhu Vloeibare identiteiten

“Het geweldige ding aan het feit dat ik een verdediger ben van LGBTI-rechten is dat het me heeft geholpen met mijn eigen reis in het leren over de verschillende delen van mijn identiteit. Het is zeer bevrijdend. Ik heb mijn eigen vooroordelen kunnen erkennen en waar ze vandaan komen. Ik zag ook in hoe die geïmiteerde mannelijkheid zo ingebakken zat in mezelf. Ik moest daar eerst aan werken, evenals aan mijn eigen onbewuste bevooroordeeldheid. Ik denk dat dat een van de moeilijkste delen van mijn reis was en nog steeds is."

Mijn identiteiten zijn fluïde en kruisen elkaar. Ze leven en zijn niet statisch

"Ik worstelde ook met mijn eigen culturele identiteit: ben ik Brits of ben ik Indisch? Welnu, dankzij dit concept van spectrums en continuïteiten die ik heb geleerd, kan ik beide zijn. Op sommige dagen ben ik hier meer van en op sommige dagen ben ik daar minder van. Het is wie ik ben. En het is oké. Mijn identiteiten zijn fluïde en kruisen elkaar. Ze leven en zijn niet statisch. Ik wil niet gevangen zitten in een hokje.”
 
Wat is de positieve invloed van het leven op deze verschillende kruispunten? Geeft het je een andere visie op bepaalde dingen?
 
"Dat doet het zeker. Ik voel me nu zeer bevoorrecht om deze kruisende identiteiten te hebben van waaruit ik kan spreken. Ik kan mijn twaalf jaar oude zelf zien zeggen: 'Nee, die kunnen niet samenleven.' Toen ik opgroeide, wilde ik altijd wit zijn, toen wilde ik hetero zijn, dan wilde ik niet gelovig zijn. Ik wilde geen lange haren hebben en een tulband dragen. Dat waren allemaal onderdelen die ik mezelf probeerde te ontzeggen, maar nu kunnen ze, tot op zekere hoogte, in harmonie leven.”

© Gurchaten Sandhu Dappere stap

Je begon je stage bij de International Labour Organisation in Genève in 2006, maar was pas jaren later open over je seksuele geaardheid. Was je in eerste instantie van plan om uit de kast te komen tijdens je stage?
 
"Binnen een paar weken na het starten van mijn stage waarschuwde een collega me om niet uit de kast te komen en dat door het bekendmaken van mijn seksuele geaardheid ik het risico kon lopen om geen contract te krijgen. Dat was het enge deel omdat het invloed kon hebben op mijn carrière binnen de VN. Ik was ook enigszins verrast omdat de perceptie van de VN er een is van een inclusieve werkplek, wanneer in feite dit niet de realiteit was.”  
 
"Ik denk dat mijn innerlijke homofobie en angst ook een belangrijke rol hebben gespeeld. Ik hoorde ook vaak veel homofobe opmerkingen. Samen stapelde dit zich op bij de angst van zelfonthulling en zelfidentificatie. Ik was erg bang. Ik moest constant liegen tegen collega's over het geslacht van mijn partners en met wie ik tijd doorbracht in mijn privéleven. Uit de kast komen in een grote organisatie als de VN is niet gemakkelijk, vooral voor mensen van kleur. Het is een moedige stap voor queer mensen van kleur om uit de kast te komen en het moet niet als vanzelfsprekend worden beschouwd.”

Ik besprak een intern LGBTI-onderzoek met een collega die verklaarde dat er geen LGBTI-collega's waren op de afdeling waar we werkten. Ik antwoordde: ‘Jawel. Ik!’

Wat was een keerpunt?

"Hoewel ik dacht dat ik geaccepteerd had dat ik homo ben en uit was tegenover goede vrienden, worstelde ik nog steeds met diepe niveaus van interne homofobie. Ik moest dit afhandelen omdat het invloed had op mijn relatie met mijn toenmalige partner en op mijn productiviteit op het werk. Na veel nadenken besloot ik om in 2011 een psycholoog te bezoeken en met therapie te beginnen. Mijn therapeut was geweldig en met haar werken was gewoon fantastisch. Ze hielp me omgaan met mijn interne homofobie en werkte samen met mij naar een punt waar ik alle delen van mezelf kon accepteren. Het heeft me echt vooruit geholpen.”
 
“In 2013 begon ik langzaam bij collega's op het werk uit de kast te komen. Ik ben begonnen met mijn manager, die extreem behulpzaam geweest is. Een paar maanden later besprak ik een intern LGBTI-onderzoek met een collega die verklaarde dat er geen LGBTI-collega's waren op de afdeling waar we werkten. Ik antwoordde: ‘Jawel. Ik!’”
 
In 2014 werd je lid van het UN-Globe-bestuur. Waarom heb je besloten om dit te doen?
 
"Ik denk dat het idee was om terug te willen geven, om ervoor te zorgen dat niemand anders daar nog een keer door moet. Dat was de sleutel. Het feit dat we de situatie voor het LGBTI-personeel in het VN-systeem beter kunnen maken, was erg belangrijk voor me.”

© Gurchaten Sandhu Vooroordelen wegwerken

Hoe belangrijk is het werk van UN-Globe in het algemeen?
 
"Het werk van UN-Globe is essentieel om van de VN een meer diverse en inclusieve werkplek te maken. Zonder UN-Globe zou het proces een stuk langzamer zijn geweest. We hebben niet enkel het beleid veranderd, maar we hebben ook culturele veranderingen teweeggebracht."

"Wat er vaak gebeurt in de VN is dat, bijvoorbeeld, mensen uit culturen komen waar wordt verteld dat LGBTI’ers niet gelijk zijn of ze denken dat ze nog nooit een LGBTI-persoon hebben ontmoet. We werken aan het wegnemen van eventuele negatieve vooroordelen op de VN-werkplek. Enkel omdat het de VN is, wordt het als extra speciaal beschouwd. Op een bepaalde manier is het dat wel, maar net zoals elke andere organisatie, hebben we onze uitdagingen.”  

We proberen vooroordelen te doorbreken en een omgeving te creëren die accepterend is

Voor wie is dit werk het belangrijkst?
 
“Het is belangrijk voor LGBTI-personeel, en zeker voor degenen die werkzaam zijn in culturen of landen waar de VN is gebaseerd en homoseksualiteit gecriminaliseerd is of als er anti-crossdressing wetten zijn. We proberen vooroordelen te doorbreken en een omgeving te creëren die accepterend is.”
 
"Er is nog veel werk aan de winkel voor LGBTI-medewerkers, van internationaal tot nationaal niveau. We moeten dit doen door op alle niveaus van de VN te werken, van het management tot het internationale en nationale personeel; van de directeuren tot de chauffeurs. Het is niet alleen homoseksueel en lesbisch personeel, maar ook biseksueel en trans. En ja, we moeten meer doen voor intersekse personen. Ik denk dat dit een van onze belangrijkste prioriteiten zal worden.”
 
"We helpen bondgenoten ook. Als wij als stafgroep kunnen helpen om onze collega's het best voor te bereiden om te begrijpen wat seksuele geaardheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken zijn. Onze collega’s kunnen een sleutelrol spelen voor LGBTI-begunstigden. Het is een golfbeweging die helemaal naar buiten uitbreidt.”
  
 ---
Disclaimer: dit interview is alleen gebaseerd op de mening van de geïnterviewde. Het weerspiegelt niet de mening van UN-Globenoch de mening van de International Labour Organisation.   

Bron: 

Eigen verslaggeving

Verenigde NatiesVerenigd KoninkrijkGurchaten SandhuwerkvloerSikhKliQ vzw