ZiZo Online - Laatste nieuws

Dag van de Jeugdbeweging: "Allez, amuseer u en tot straks!"

Ieder weekend zat ik te popelen om mezelf terug in dat veel te grote hemd te heisen voor een bosspel, een namiddag sjorren of een duik in de ranzigste beek van Waasmunster. Een scoutsweekend kon niet lang genoeg duren en mijn ouders leerden al gauw dat een scoutskamp een veel hogere funfactor voor me zou hebben dan onze jaarlijkse gezinsvakantie. De activiteiten brachten plezier en balans in mijn kinderbrein, maar bovenal was dat grasveld een plek waar ik me onderdompelde in zorgeloosheid.

Olifantenhuid

Zoals het hoort bij opgroeien, is die zorgeloosheid van korte duur. Het jonge tienerbrein bezit namelijk een gave. Een gave om een leeftijdsgenoot die zich anders gedraagt, als een freak te beschouwen. Ik was minder ruw, durfde de ruigste activiteiten wel eens uitzitten, vertoefde liefst in het gezelschap van meisjes en was absoluut niet op mijn mondje gevallen. Ik was de freak.
Voor mijn 14-jarige ik betekende dat een constante angst voor het woord “gay”, “homo” of “janet”. Op school, op straat en op de scouts. Het waren slechts woorden. Maar het waren woorden die bedoeld waren om te raken op de plaatsen waar het pijn deed. En dat deden ze, overal.

Tussen de andere leden van mijn tak zou ik me al snel een buitenbeentje voelen. Maar onzeker was ik niet, ik was een misfit tussen andere misfits. In een tak vol jongens, had ik geen groepje meisjes als toevluchtsoord wanneer de gevreesde woorden door m’n pantser zouden dringen. Ik had er ook amper nood aan. Natuurlijk kreeg ik een sporadische steek door mijn schild. Zo ging dat nu eenmaal onder jongens. Kon je een balk niet dragen, dan was je misschien een janet. Durfde je te emotioneel reageren, dan schreeuwden de anderen: “Ha, gay!” De middelbare school bleek een perfecte plek voor het kweken van een olifantenhuid die ik overal zou dragen. Hij kwam van pas, soms ook in de scouts, waar toen nog te vaak een holebifobe uitspraak als normaal werd aanvaard of genegeerd werd door de leiding. 

Ik groeide op dat scoutsterrein, werd leiding, werd groepsleiding en kwam uit de kast. Niemand reageerde geschokt, ik kreeg geen rotopmerkingen en mijn plek in de groep werd nog comfortabeler dan hij al was. De vrienden van toen, kregen een open mindset en net daarom bleven de vriendschappen bestaan tot in de leiding.

Kampvuur

Als leiding was ik zelf nog onzeker en zoekend, maar ik was vastberaden om de kinderen waaraan ik leiding gaf een veilige omgeving te bieden. Vanaf ik groepsleiding werd, kwam ik minder in contact met de kinderen zelf en werd ik samen met enkele vrienden gekatapulteerd tot een eindverantwoordelijke (ik moest de andere leiders begeleiden). Tijdens een avond aan het kampvuur vertel je elkaar de dieper liggende geheimen. Die openheid en het begrip voor elkaar wordt doorgegeven naar de leden. Ik hoef geen “het wordt beter”-denken meer, kinderen en jongeren hebben een veilige omgeving nodig om te spelen en te groeien, gelijk waarmee ze zich identificeren. Dat een ploeg van vijftig enthousiaste jongeren zich daar wekelijks keihard voor inzet, is het mooiste om als groepsleiding te zien en is die lading eindverantwoordelijkheid op mijn schouders meer dan waard. 

Begin augustus dit jaar lanceerde Scouts en Gidsen Vlaanderen de eerste affiche van een campagne over drempels, met een focus op taboes. “Labels zijn voor kledingstukken, niet voor mensen”, mijn 14-jarige ik ademde opgelucht, de 23-jarige groepsleider in mij dacht ‘eindelijk’.

Na een jaarthema waarin het “anders zijn” werd omarmd en talloze kleine veranderingen deed het deugd om de woorden in het vet op een A3 te zien staan, in het gezelschap van een scoutsuniform. 

Is het laat om het doorbreken van taboes binnen Scouts en Gidsen Vlaanderen in gang te zetten? Misschien wel. Is het té laat? Nooit. Elke scoutsgroep is anders, elke scoutsgroep kent zijn eigen vriendengroep, leidingsploeg en waarden. Maar het is een feit dat holebi- of transfobie binnen verenigingen nog te vaak wordt getolereerd of te zacht wordt aangepakt. Met de campagne gaat Scouts en Gidsen Vlaanderen in op labels, transgenders, koppels in leiding, genderrollen en de hardheid van woorden. Een beweging in de juiste richting, ondersteund door de open-mindedness van de vele jongeren en volwassenen die zichzelf een scout noemen. Elke anders geaarde scout heeft een eigen verhaal, maar laat elk verhaal er één worden van veiligheid en inclusiviteit binnen de eigen scoutsgroep.

Mijn hart is gerust, ik kan eindigen met een kanjer van een cliché. I’m proud to be (a sc)out.

Jory Maeyaert is Social Media Manager bij WE LIKE YOU, spendeert zijn weekends op het scoutsterrein van Waasmunster en hangt de rest van de tijd in de zetel met een tas Earl Grey.

De grootste kwaliteit van eender welke artiest is empathie

In Girl portretteert hij op gevoelige maar ook brutale wijze de groeipijnen van het trans* meisje Lara dat professionele ballerina wil worden. Debuterend acteur Victor Polster (16) vertolkt haar innerlijke en fysieke strijd weergaloos. Een gesprek met beide heren.

Girl is de grote winnaar geworden van het filmfestival van Cannes. Al bekomen?
Lukas: “Het was een ongelofelijke trip. Dat de film zo goed zou worden ontvangen, konden we op voorhand niet inschatten. De allereerste dag werden we meteen in een Franse talkshow gedropt. Dat was een vuurdoop voor ons allebei. De omvang van het circus dat Cannes is, was toen meteen duidelijk.”

Viktor: “Het was de allereerste keer dat we een interview deden en al meteen met Penelope Cruz en Javier Bardem in hetzelfde programma. Ik was enorm zenuwachtig. Omdat het eerste interview meteen zo groot was, ging het daarna makkelijker.”

Je liet je voor de film inspireren op het waargebeurde verhaal van Nora. Wie is zij precies?
Lukas: “Toen ik achttien was en net aan de filmopleiding aan KASK in Gent begon, las ik een artikel over een meisje dat bij de geboorte gecategoriseerd werd als jongen. Zij was toen vijftien en had voor zichzelf een heel duidelijk doel gesteld: ballerina worden. Ik heb het bijgehouden, omdat ik wist dat het een soort personage was waar ik graag iets over wou vertellen.”

Waarom haar verhaal? 
Lukas: “Zij was en is voor mij een zeer heroïsch iemand. Toen ik over haar las, was ik zelf nog niet uit de kast. Op vele manieren kon zij dingen, die ik nog niet kon: ze koos voor zichzelf boven de reacties van de buitenwereld. Zo’n twee jaar later ben ik met haar en haar ouders in contact gekomen en heb ik duidelijk gemaakt dat ik iets rond haar verhaal wou maken. De film is geen biografie, maar Nora heeft de film wel sterk geïnspireerd.”

Nora heeft steeds heel dicht bij het project gestaan, maar altijd in de schaduw - Lukas

In de film heet het hoofdpersonage Lara. Zij zit middenin een fysieke transformatie, wat haar danscarrière kan hinderen.
Lukas: “De link tussen iemand die doorheen een medische transformatie gaat en de wereld van de dans was vanaf het begin duidelijk. Het gaat enerzijds om een contradictie: een personage dat een aversie heeft voor het eigen lichaam, maar wel bewust voor een arena kiest die hyperfysiek is en waar ze met dat lichaam aan de slag moet. Anderzijds tracht ze haar eigen lichaam tot een soort vorm te manipuleren.  De idee van iemand die naar de klassieke idee van de perfecte, meest elegante vrouw streeft, vind ik heel waardevol. Een ballerina is in dat opzicht een erg cinematografisch gegeven.” 

Hoe belangrijk was Nora verder in jullie werkproces?
Lukas: “Cruciaal. We zijn sterk bevriend geraakt, ook met haar ouders, die een belangrijke inspiratiebron geweest zijn voor de rol van de vader in de film (gespeeld door Arieh Worthalter, red.). Nora heeft steeds heel dicht bij het project gestaan, maar altijd in de schaduw. Ze had zelf nooit de ambitie om op de voorgrond te treden. Toen wij Victor gekozen hebben, is zij ook enorm belangrijk geweest voor zijn voorbereiding. 

Victor: “We hebben nooit echt gepraat over hoe ik het moest doen. Nora was vaak op de set aanwezig en zo konden we bij haar checken of ze iets realistisch vond, of niet. Als zij het geloofde, konden we verder. Mijn band met Nora was erg belangrijk om in haar denken te komen en te ervaren hoe ze met zichzelf en haar lichaam omgaat.”

Was zij jullie enige ankerpunt?
Lukas: “Ik was me heel erg bewust van de verantwoordelijkheid van het portretteren van een personage waar nog niet veel zichtbaarheid rond is. De accuraatheid was super belangrijk. Ook al wou ik geen informatieve film maken, de info moest wel voor honderd procent kloppen. Aangezien ik in Gent woon en het UZ Gent op het vlak van medische begeleiding van transgenders bij één van de twee grootste in Europa hoort, zat ik bij de bron van alle medische informatie. Vanuit dat infopunt heb ik heel wat informatie verzameld in combinatie met gesprekken met jonge transgenders. Ik ben uiteindelijk vier jaar met het scenario bezig geweest. Na een tijd voelde ik me heel erg comfortabel met de materie, wat erg nuttig bleek bijvoorbeeld tijdens improvisatie.”

Victor verscheen ten tonele en ik was meteen ingenomen door zijn engelachtige kwaliteit - Lukas

Na de première in Cannes was één van de weinige kritieken de casting van een cisjongen in de rol van een trans* meisje. Vind je zo’n reacties pijnlijk?
Lukas: “Ik had me daar heel hard op voorbereid, waardoor ik het niet pijnlijk vond. Wanneer je een film maakt over een groep die minoritair is, dan is dat een precaire situatie. Waarom er geen trans* persoon werd gecast, kan voor die groep dan een groot vraagteken zijn. Tijdens de audities, waarbij ook jonge trans* meisjes langskwamen, ontdekte ik meteen dat zo’n vertolking heel wat ethische vragen met zich meebrengt. De kwetsbaarheid is enorm, zeker op die leeftijd. Een trans* meisje in een toestand filmen waar ze misschien later – na een operatie of een transformatie – nooit meer aan herinnerd wil worden, brengt risico’s met zich mee. Film is een blijvend medium en zo’n potentieel eeuwig document wordt daardoor erg delicaat. Ik voelde dat ik iemand nodig had die afstand had van het verhaal.”

De vereisten voor de rol waren ook breder dan dat, toch?
Lukas: “Absoluut. We mogen niet vergeten dat we in België zijn en in dit kleine land op zoek gingen naar een vijftienjarig persoon die kon dansen, kon spelen, de genderidentiteit op een complexe manier representeerde én matuur genoeg was voor de rol. De bottom line is: er waren in ons land geen trans* mensen van vijftien die al die kwaliteiten in zich hadden. Want het was wel degelijk een overweging. We hebben vanaf het begin alle registers open getrokken.”

En toen was daar Victor.
Lukas: “Victor verscheen ten tonele en ik was meteen ingenomen door zijn engelachtige kwaliteit. Hij oversteeg voor mij de idee van een jong meisje, in de manier waarop hij bewoog en hoe hij er uit zag. Ik voelde dat hij het talent had om Lara te vertolken. Ik denk dat als mensen de film zien, ze daar akkoord mee zullen gaan. Zijn vertolking is allesbehalve karikaturaal; het is een elegante vertolking van die kwetsbare identiteit. Ik vind het belangrijk om te onderstrepen hoe bijzonder straf het is voor iemand in zijn volle puberteit om dat zo neer te zetten. Dat is pure empathie.”

Soms was het wel moeilijk om de juiste emoties te vinden, maar Lukas wist mij altijd tot aan dat juiste punt te helpen - Victor

Is empathie de grote kracht van jullie film?
Lukas: “Zijn prestatie toont in ieder geval dat de grootste kwaliteit van eender welke artiest empathie is. Als de regel is: elke transrol moet naar een trans* persoon gaan, dan betekent dat het einde van acteren. Want wat doen we daar dan mee? Wil dat zeggen dat een homoseksuele man geen heteroseksuele man kan spelen? Dan staan we ongetwijfeld allemaal op de barricade om het tegendeel te bewijzen, daar ben ik zeker van.”

Waren er momenten op set dat jullie het even niet meer wisten?
Victor: “Soms was het wel moeilijk om de juiste emoties te vinden, maar Lukas wist mij altijd tot aan dat juiste punt te helpen.”

Lukas: “Ik wist dat ik met Victor een vertrouwensband moest opbouwen, zodat ik dat vertrouwen op set kon uitdagen. Dat was niet altijd even gemakkelijk. Hij is een hele straffe danser, maar hij had nog nooit geacteerd. Victor is dus niet iemand die uit zijn hoed allerlei technieken kan tevoorschijn halen voor scènes die emotioneel geladen zijn. Af en toe moest ik hem duwen in de juiste richting en zo beland je soms in een moeilijke situatie, waarbij de realiteit het een klein beetje van de fictie durft over te nemen. Er was genoeg vertrouwen tussen ons om dat iedere keer te boven te komen.”

Als de regel is: elke transrol moet naar een trans* persoon gaan, dan betekent dat het einde van acteren - Lukas

Was de rol ook fysiek vooral een grote uitdaging?
Lukas: “Hij heeft op drie maanden tijd op pointes leren dansen en op die manier is het verhaal van Lara een beetje zijn verhaal geworden. Ik heb zijn voeten tijdens de opnames gezien: onder meer zijn nagels vielen uit en er was vaak bloed. Die fysieke uitputting moesten we opzoeken voor de natuurlijkheid van de film. Uiteraard steeds omgeven door de juiste vakmensen zoals het team van Sidi Larbi Cherkaoui (de choreograaf van de film, red.).”

De film heeft, nu al, een groot bereik. Een zegen voor de (representatie van de) transgemeenschap.
Lukas: “Laat het duidelijk zijn dat deze film geen portrettering is van elke transgender. Dit is het portret van één iemand die in een complexe relatie met haar eigen lichaam zit. Via de wereld van de dans en via het gezicht van Victor, krijgen we haar interne wereld gevisualiseerd. Ik denk niet dat iedere trans* persoon exact die relatie met zijn of haar lichaam heeft.”

Netflix brengt Girl tot in de huiskamers van de Noord- en Zuid-Amerikanen. Dat vergroot de zichtbaarheid van jullie film en van iemand zoals Lara, enorm. 
Lukas: “Als regisseur vind ik de Netflix-situatie altijd dubbel. Een film maak je omdat je die op het grootst mogelijke scherm in de cinema aan mensen wil laten zien. Maar daarnaast is er ook de realiteit dat in onze huidige tijd het niet voor iedereen een evidentie is om naar de bioscoop te gaan. Via Netflix hoop ik dat meer jonge mensen toegang zullen krijgen tot onze film en zich misschien vertegenwoordigd zien, of beter begrepen, of dat de film een hulpmiddel kan zijn in hun eigen traject. Dat is een ijdele hoop, maar op menselijk en persoonlijk vlak wel een zeer belangrijk doel. Op die manier kan Netflix misschien iets teruggeven.  Althans in Amerika, want in Europa komt de film gewoon uit in de bioscoop."

Viktor: “Soms gaat het alleen al om de overdracht van informatie. Hopelijk leren mensen via het verhaal van Lara iets bij, of kunnen ze het transgenderthema beter begrijpen.”
 

L-day viert vrouwen die van vrouwen houden

Lesbiennedag ontstond in een tijd waar lesbiennes enerzijds geweerd werden uit feministische kringen, en anderzijds niet volop serieus genomen werden binnen de holebi-beweging. Een dag, alleen door en voor vrouwen die van vrouwen houden, was en is een verwezenlijking in een omgeving die niet stond te trappelen om deze groep zichtbaarheid te geven.

En laat nu net dat het thema zijn van deze 30e L-day: Zichtbaarheid. De dag begon met een heuse L-Pride, een regenboogkleurige optocht die door de Bondgenotenlaan trok (de rest van de dag kon je nog kinderen met regenboogvlaggetjes zien rondlopen in het centrum van Leuven). Na de succesvolle optocht kon je lunchen, naar muziek luisteren en in de zon iets drinken in het Wagehuys, het cultuurcentrum van Leuven.

Vagina’s kleuren

Daarnaast kon je in de namiddag een reeks aan activiteiten volgen, van speelse initiatieven tot ernstige workshops en lezingen. Zo kon je zelf kiezen of je vagina’s wou kleuren of eindelijk eens leren hoe je een melding kan maken van holebi- of transfoob geweld. De combinatie van de twee zorgde voor een evenwicht dat toonde hoezeer de dag nodig is: zowel plezier kunnen hebben in een omgeving waar dat niet altijd even vanzelfsprekend is, als tonen waar de pijnpunten liggen.

En dat er nog pijnpunten zijn werd ook snel duidelijk. Een lezing “HolebiTrans in de Vlaamse media” door de postdoctoraal onderzoekers Cecil Meeusen (Erasmus Universiteit Rotterdam - KU Leuven) en Laura Jacobs (Universiteit van Amsterdam) toonde dat vrouwen die van vrouwen houden amper aan bod komen in de media (biseksuele personen zijn zelfs virtueel onbestaand in hun studie van het VRT journaal). Pijnlijk is dat dit gebrek aan zichtbaarheid in de media van twee kanten komt: Enerzijds vanuit een gebrek aan zichtbaarheid van de LGBT+ gemeenschap in het algemeen, maar anderzijds ook nog steeds dat homoseksuele mannen eerder dan vrouwen als representatief voor de gemeenschap naar voren worden geschoven.

Zichtbaarheid kan beter

En dat is nu net waarom de L-Day ook vandaag nog nodig is. “Mensen zeggen vaak dat we onze gelijke rechten hebben, dat een dag zoals vandaag niet meer nodig is,” zegt Hildegard Van Hove, een van de organisatoren. “Maar vrouwen die van vrouwen houden worden nog altijd te weinig gezien. We hebben moeten vechten voor een dag als deze, en ook naar de toekomst toe is het niet zeker.”

Positieve representatie en een plek waar vrouwen elkaar kunnen ontmoeten is dan ook deels waar de L-day voor staat. Helaas staat het nog niet vast of de dag volgend jaar weer georganiseerd zal worden. Een gebrek aan betrouwbare subsidiëring maakt zelfs de dag binnen twee jaar onzeker.

Via de christelijke voordeur naar de Pride: Love united

LGBT+ en de Kerk, het is een combinatie die snel ontvlambaar is – zelfs zonder tussenkomst van de Heilige Geest. Je merkt het, hier houdt een christen de pen vast. Een christelijke homo of een homoseksuele christen. Wellicht zijn we met meer dan je denkt. Het is dan ook perfect verzoenbaar om LGBT+ te zijn en te geloven in Hem/Haar die wij God noemen. 

Toegegeven, zelf heeft het me heel wat moeite gekost om dat zo te kunnen zien. Vooraanstaande leiders van de katholieke kerk zwaaiden lange tijd met het verbodsteken op onze seksualiteitsbeleving en de ommekeer verloopt te traag en onvoldoende consequent. Het gevolg is dat veel gelovige LGBT+ personen afstand hebben genomen van de Kerk. Jammer genoeg verlaten ze dan vaak ook maar God. Voor mij is Hij/Zij, die onvoorwaardelijke liefde is, te veelbetekenend om overboord te kieperen. 

Diepgeworteld

Daarom doet het me veel deugd om ieder jaar de Pride in Brussel te beginnen met een oecumenische viering. Het is een uitzonderlijke samenkomst: de viering verenigt niet enkel Nederlands- en Franstaligen, maar ook de verschillende christelijke strekkingen (vooral katholieken en protestanten). Daarom is ze dus ‘oecumenisch’. Grenzen worden gesloopt: diepgewortelde verschillen binnen het christendom weten we moeiteloos te overbruggen. 

Ik heb er geen rondvraag gehouden, maar ik neem aan dat de meeste deelnemers diepgelovig zijn, dat gelovig-zijn van grote betekenis is in hun leven. Als ze zich christen noemen, betekent dat niet dat de paus hun idool is. Ze willen in de eerste plaats Christus volgen en zijn boodschap beleven. 

God komt niet tot ons in verboden, maar vooral in een oproep: Hem/Haar en onze naaste liefhebben. Zo klonk het ook in de viering dit jaar: “God lééft en spreekt nog steeds tot de mensen van vandaag. Hij/Zij strijdt met hen voor de waarheid.”

Rechtvaardig

Net zoals de Pride is de oecumenische kerkviering een moment van solidariteit en samenzijn. Het strijden voor de waarheid uit het citaat mag je zo opvatten: God is bij ons waar we ons actief inzetten voor een meer rechtvaardige wereld. Tijdens de viering voelen we ons verbonden met LGBT+ personen die het moeilijk hebben om zichzelf te zijn en we bidden dat zij vrede zouden ervaren, in hun hart en in hun omgeving. 

Het samenzijn kent zijn hoogtepunt in het deelmoment. Gewoonlijk ontvangen we dan een aandenken. Dit jaar werden we verwend: we kregen een modieuze sjaal met regenboogmotief.  Een vriendschapsdrink beëindigt de viering, wanneer de straten errond beginnen volstromen met feestvierders en actievoerders. Laat nu net die combinatie gelovige LGBT+ personen op het lijf geschreven zijn.
 

Girl, het ijzersterke debuut van Lukas Dhont

De titel van de film is kort en bondig, maar dat is het verhaal van Girl allesbehalve: we maken kennis met Lara (Victor Polster), wiens leven complexer is dan dat van haar klasgenoten. Lara’s vader (Arieh Worthalter) en haar broertje (Oliver Bodart) verhuizen met haar mee naar een niet nader genoemde Vlaamse stad om les te gaan volgen aan een prestigieuze dansacademie, waar ze op erg korte tijd haar kunnen moet bewijzen. Haar transitie van een jongenslichaam naar een meisjeslichaam verloopt minder vlot dan ze had verwacht en tijdens de danslessen wordt ze uit haar comfortzone gesleurd en geconfronteerd met de achterstand die haar biologische lichaam haar bezorgt. 

(Hollywood)films over transgenders zijn vaak negatief: denk bv. aan het nachtmerriescenario van Boys don’t Cry. Girl breekt met die filmtraditie: Lara’s intieme kring is eigenlijk heel supportive voor haar situatie en de film bevat enkele vertederende scènes met haar vader, die via enkele intieme gesprekken met Lara duidelijk zijn bezorgdheid laat blijken. Nee, het is vooral Lara die een gevecht levert met zichzelf en haar eigen identiteit: een jamais vu en dus ook een welkome frisse wind die doorheen het LGBT+ filmlandschap waait.

De cinematografie van Girl is erg naturel en ongedwongen. De gestileerde en strakke beeldtaal doen denken aan de typische, sobere stijl die je in veel Vlaamse drama’s ziet, maar Dhont maakt veel goed met zijn aangrijpende scenario. We krijgen Lara’s emotionele én fysieke levenspad te zien, maar nergens wordt Girl sentimenteel. 

Dhont – wiens eerste kortfilms L’infini en Headlong ook draaiden rond dans – liet zich voor zijn debuut inspireren door een getuigenis uit zijn omgeving en deed erg veel research naar het personage van Lara. Hij koos tijdens de audities voor het engelachtige en kwetsbare uiterlijk van de toen 14-jarige Victor Polster, ook al is deze geen transgender. De regisseur wéét dat hij daarmee tegen de schenen van de transgemeenschap schopt, maar bleef blindelings in het rauwe talent van Polster geloven. Terecht, zo blijkt want Polster speelt als cisman de pannen van het dak en brengt een zeer overtuigende Lara, die zich doorheen de film erg kwetsbaar toont. Niet evident om als 15-jarige debutant zo’n rol met zo’n overtuiging te vertolken.

Niet alleen Dhonts beslissing om een cisjongen te casten zal potten breken in het buitenland, maar ook zijn visie op naaktheid zal mensen verdelen: geslachtsdelen worden in Girl beschouwd als doorslaggevend in de identiteitsvorming en er wordt in de film vooral de focus gelegd op de biologische identiteit in plaats van de genderidentiteit. Vooral het einde van de film speelt daarin een grote rol, en zal veel vragen oproepen bij kritische kijkers. 

Maar dat mag geen roet in het eten gooien: Girl is een tour de force in de Belgische filmwereld: je ziet zelden een debuutfilm die zo volmaakt is, en het zal dan ook niemand verbazen als we Victor en zijn achterban volgend jaar terugzien op de Oscars.

#Stemmen2018-campagne vindt een kwart meer aanhangers in laatste weken

Het aantal lokale lijsten dat de campagne ondertekende, steeg met 25 procent naar 347. Maar welke partijen gaven de meeste steun en in welke provincies vond de campagne het meest gehoor? En zijn de partijen in de centrumsteden wakker geschoten na ons artikel van dinsdag?

Minst ondertekenaars bij Open Vld

Wanneer we analyseren welke partijen hun handtekening zetten, moeten we opmerken dat het tellen van de stemmen zondag hopelijk vlotter gaat dan deze berekening. In heel wat gemeenten komen de partijen immers niet op met hun eigen naam, maar met een plaatselijke naam. Dat doet men bijvoorbeeld om de lijst te kunnen uitbreiden naar onafhankelijke kandidaten. Bovendien komen nogal wat partijen in kartel op.

Wanneer we eerst enkel naar de partijen kijken die onder hun nationale naam de #Stemmen2018-campagne tekenen, dan varieert dat aantal van 33 voor Open Vld, 36 voor PVDA, 40 voor sp.a en Groen, 42 voor N-VA tot 48 voor CD&V. De sociaaldemocraten komen echter frequent onder een plaatselijke naam op en er zijn ook heel wat roodgroene kartellijsten. Daarom kunnen we besluiten dat sp.a en Groen de campagne goed ondersteunen. Gelet op het feit dat PVDA maar in een beperkt aantal gemeenten een lijst indiende, heeft ook deze partij de campagne goed opgevolgd. Daarentegen vond de campagne het minst weerklank bij Open Vld.

Meest ondertekenaars in Vlaams-Brabant

Er zijn ook provinciale verschillen. In totaal gaven 347 lokale lijsten hun steun op datum van 12 oktober. 98 daarvan komen uit Vlaams-Brabant. Ongetwijfeld is hier een verband met het feit dat de oorsprong van de campagne ligt bij het Holebihuis Vlaams-Brabant. Haar initiatief groeide vervolgens uit tot een samenwerking met de andere roze huizen – Regenbooghuis Limburg, Het Roze Huis – çavaria Antwerpen, Casa Rosa en REBUS – en de holebi- en transgenderkoepel çavaria.

Op de tweede plaats komt de provincie Antwerpen met 81 ondertekenaars. Oost-Vlaanderen deed met 67 handtekeningen duidelijk beter dan West-Vlaanderen. Daar kreeg de campagne steun van 58 plaatselijke partijen én zijn er meer gemeenten dan in Oost-Vlaanderen. Limburg kent met 42 gemeenten een aanzienlijk kleiner aantal mogelijke ondertekenaars. Dat bleek ook: slechts 40 Limburgse lijsten bekenden regenboogkleur.

In verhouding tot het aantal gemeenten is de campagne het best opgevolgd in Vlaams-Brabant en het minst in West-Vlaanderen.

Enkele burgemeesters schudden we wakker

Nog tot begin deze week ontbraken ook heel wat steunbetuigingen van partijen in de centrumsteden. In elke provincie bekeken we de twee grootste steden. Enkele partijen met bekende burgemeesters misten we en we riepen hen op alsnog te tekenen. Sommigen gingen daarop in: de stadslijsten van de liberalen Bart Somers in Mechelen en Vincent Van Quickenborne in Kortrijk en het roodgroene kartel van Hans Bonte in Vilvoorde.

Slechts twee van de tien burgemeesters gaven geen steun aan de eisen van de LGBT+ beweging: Renaat Landuyt van de Brugse sp.a en Christoph D’Haese van N-VA in Aalst. Een andere opvallende naam die ontbreekt, is die van de Gentse Open Vld met kandidaat-burgemeester Mathias De Clercq.

Welke partijen ontbreken nog?

  • CD&V in Aalst en Kortrijk
  • Groen in Aalst en Genk
  • N-VA in Aalst, Genk, Kortrijk en Vilvoorde
  • Open Vld in Aalst, Genk en Gent
  • PVDA in Aalst
  • sp.a in Brugge

Wil je weten wie zich in jouw gemeente geëngageerd heeft om het welzijn van holebi’s en transgenders te verbeteren? Check de site Stemmen 2018 dan.

Eerste vluchthuis voor holebi’s ingehuldigd in Brussel

Dinsdag werd in het Brusselse vluchthuis het eerste appartement dat zich richt op tijdelijke huisvesting en ondersteuning van jonge slachtoffers geopend door de vzw van het huis, vzw Refuge Bruxelles-Brussel. Refuge Brussel is een project uitgevoerd door Midnimo vzw, lid vereniging van de Brusselse holebi- en transgenderkoepel RainbowHouse Brussels.

Het huis biedt een tijdelijke woonplaats en ondersteuning aan jongeren tussen 18 en 25 voor een periode van drie maanden of langer indien nodig. De locatie bevindt zich in een anoniem en veilig appartement en is geschikt voor maximum vier personen.

De steun is onderverdeeld in verschillende gebieden en behandelt onder andere ‘gezondheid’, ‘sociaal en juridisch’ en ‘onderwijs, werkgelegenheid en opleiding’. 

De lancering van het initiatief en de werking van het huis zijn mogelijk gemaakt door de steun van de Stad Brussel en andere publieke en privé operatoren tot eind dit jaar. Voor de verdere ontwikkeling en het voortbestaan van het vluchthuis is de organisatie op zoek naar publieke en private financiering en hoopt dat andere politici de nood van het huis zien en zo ook financiële steun zullen bieden. 

Bij de inhuldiging van het huis was niet alleen Philippe Close, burgemeester van Brussel, aanwezig maar ook Lukas Dhont, regisseur van de film Girl, als peetvader van het vluchthuis. Hij heeft het geluk dat zijn ouders hem altijd al ondersteunden in zijn keuzes en wil daarom zijn steentje bijdragen en met de jongeren onder andere naar de film of theater- en dansvoorstellingen gaan.

Belgium Bearpride 2018

Zet het weekend beregoed in met de Belgian BearPride in Brussel. Op vrijdagavond is er een Bear Street Party, op zaterdag een Bear Brunch en op zondag wordt Mister Bear Belgium verkozen! 

Het volledige programma vind je hier

Je bent té homo

Zo was het al de hele avond. Denk ik, dacht ik. Want hoewel ik voel dat de sfeer tussen ons snel ‘minder happy’ is, twijfel de rest van de avond aan mijn intuïtie. Hij kent mij namelijk niet; ’t is de tweede keer dat we elkaar zien. Wat kan er schelen? Niks waarschijnlijk. Of toch. 

Buttplug

Oké, toen hij in het begin van de avond zei dat er langs deze kanten toch meer homo's rondlopen en ik daarop antwoordde dat hij ons vergeleek met wilde koeien in het veld, toen verraadde zijn lichaamstaal een soort negativiteit tegenover mij. En toen hij tijdens een ander gesprek opschepte over bedprestaties, jaja, wou hij precies niet naast me staan toen ik 'buttplug' vermeldde. Laat staan naar me kijken.

Later begint hij meer en meer te drinken, zich een beetje agressief (lees: ongeremd) te gedragen. Ik dans lekker verder, praat met andere vrienden en wij twee kruisen elkaar niet meer.  

Mijn vriendinnen en hun liefdeslevens, het is soms een entertainende soap. Daarom dat ik weet dat deze vriendin op echte machotypes valt. ‘Echte venten’, heet dat dan. Hij voldoet daar aan. Ziet er goed uit, voetballen, met snelle wagens rijden, pintjes drinken, … Die avond paste voor mij perfect in dat plaatje. Maar goed, het is niet mijn lief. 

Je bent té

De vriendin in kwestie komt een week later langs. “Hoe vond hij het feestje? vraag ik onschuldig. En toen kwam het. Kort, krachtig, maar hard. “Ik heb op weg naar huis ruzie met hem gemaakt, en thuis vertelde hij het dan,” zegt zij terwijl ze naast me zit. “Wat dan?” vraag ik. Eerlijk: op dat moment verwacht ik een banale repliek. Fout gedacht. “Jij bent het; je ligt hem niet.” Hij heeft geen homovrienden, en jij bent voor hem nogal uitgesproken. Je bent voor hem té. Vandaar zijn gedrag.” 

Mijn vriendin zegt nog van alles, maar voor een paar seconden hoor ik er niets meer van. Ik krijg tranen in mijn ogen. Ik voel dat dit heel wat met me doet. Door dat ‘nieuws’ te moeten horen, raak ik even volledig teruggekatapulteerd naar de schoolbanken. Waar ik niet uit de kast was, waar ik op de speelplaats of in de les niet te aanwezig mocht of kon zijn. Want altijd waren er de scheldwoorden en de kwetsende opmerkingen. Ik dacht dat we die fase al lang voorbij waren.

Uiteindelijk wil ik vooral weten wat mijn vriendin hierover te zeggen heeft. Kiest ze voor hem? Laat ze me vallen? Of heeft ze door dat dit naar homofobie neigt? Geen van de drie zo blijkt. “Niet iedereen kan met elkaar opschieten, dat hoeft ook niet. Als hij het er te moeilijk mee heeft, spreken we desnoods af met ons tweeën.” Ze gaat er lichtjes over. Ik op dat moment ook, maar als ze deur achter zich dicht trekt, overvalt de droefheid me weer. Het gaat hier wel om mijn ‘zijn’, om wie ik ben. Ik ben te uitgesproken en hij komt daarom liever niet in mijn buurt? En vooral: dit sluipt mijn vriendenkring binnen en dat wil ik niet.

Geknipt

Mijn lief, die makkelijk voor een heterojongen kan doorgaan, daar wil hij graag mee op café gaan. Dat zei ze me ook nog. Maar ik heb blijkbaar mijn kansen verkeken, na elkaar twee keer gezien te hebben. Want ik ben homo en durf dat te tonen. Mooi is dat. “Als hij het er te moeilijk mee heeft, dan …” Het spookt door mijn hoofd.

Ik heb mijn vriendin niet meer gezien na haar ontboezemingen, en ik vraag niet meer hoe het met hun prille liefdesgeluk gaat. Neemt ze al afstand? Kiest ze dan toch voor hem? Ik hoop vurig van niet. De droefheid is ondertussen grotendeels verdwenen. Maar … boosheid is ervoor in de plaats gekomen. Want het is niet oké. 

Onlangs zag ik een tweet passeren. Dat je als LGBT’er pas veel later je echte leven gaat leiden, want dat je je de eerste twintig jaar verstopt in onzekerheid en niet de kans hebt om naar buiten te komen zoals je wil. Dat is voor mij ook zo. En daarom: geen (perfect geknipte) haar op mijn hoofd dat eraan denkt om me voor hém (of voor iemand anders) anders te gaan gedragen. De volgende keer dat ik hem zie, zal ik trots paraderen met de tote bag van mijn favoriete diva … een buttplug zou misschien té zijn. 

De auteur blijft liever anoniem, zijn identiteit is wel gekend bij de redactie.

Genomineerden 'LGBT+ vriendelijkste mediafiguur' bekendgemaakt door OUTtv

Elk jaar reikt de Vlaams-Nederlandse tv-zender OUTtv de ‘OUT Media Award’ uit aan de persoon die de LGBT+-gemeenschap op een positieve manier onder de aandacht bracht in de media. OUTtv maakt dit jaar de genomineerden op Coming Outdag (11 oktober) bekend op haar website. De winnaar zal later dit jaar uitgeroepen worden.

Persoonlijkheden die het verschil maken

Voor het eerst houdt OUTtv Benelux geen aparte verkiezing voor Vlaanderen en Nederland, maar gooit de zender de twee same. Vlamingen kunnen vanaf nu dus ook voor Nederlandse genomineerden stemmen en omgekeerd. Volgens de zender is 2018 een sterk jaar waarbij velen genomineerd konden worden.

Uiteindelijk koos de OUTtv-redactie voor de persoonlijkheden waarvan zij denken dat ze met hun verhaal een verschil maken voor de LGBT+-gemeenschap. Dat dit jaar zowel twee trans* vrouwen alsook een bekende broer en zus genomineerd worden, is een primeur.

Vereerd

VTM-journaliste Bo Van Spilbeeck is vereerd met de nominatie. "Door begin dit jaar mijn levenskeuze publiekelijk te maken, heb ik andere transgenders geïnspireerd. Mijn coming-out gaf sommige personen steun om zelf die levenskeuze te maken. Ik ben heel blij met deze nominatie. Het is de bevestiging dat mijn coming-out niet voor niets was en dat het iets betekende voor de hele holebi- en transgenderbeweging", zegt de journaliste aan ZiZo. 

Ook ZiZo-redacteur Rémy Bonny heeft een nominatie op zak. De voorbije maanden waren intens voor de Oost-Europakenner. "Jongeren uit Armenië, Wit-Rusland en Oekraïne vertelden me de voorbije maanden hun verhalen, verhalen met hoop en met verdriet. De doodsbedreigingen die ik ontving, toont maar een klein deel van de realiteit waarin de LGBT+ gemeenschap moet leven in die regio. Zo werd ik onlangs nog wakker gebeld door een Armeense kennis die samen met zijn vrienden verjaagd werd uit zijn dorp toen men zijn seksuele geaardheid ontdekte. Ik draag mijn nominatie in eerste instantie aan hen op", zegt Bonny aan ZiZo.

Hoe stemmen?

Vorig jaar brachten meer dan 4.000 mensen hun stem uit in Vlaanderen en Nederland samen. K3 won in Vlaanderen vorig jaar de award omdat de groep over genderdiversiteit zong in het Prinsesje en Superman. Stemmen voor de meest LGBT+-vriendelijke mediapersoonlijkheid 2018 kan vanaf 11 oktober (Coming Outdag) tot en met 31 oktober via de link www.outtvpro.com/award

Is dat eigenlijk nodig, een coming-out day?

Voor velen is het (gelukkig) geen big deal meer om uit de kast te komen. Voor vele anderen is het wél een grote stap om zich te outen als LGBT+ persoon.

Het zou niet mogen zijn

Het zou niet mogen zijn dat iemand zichzelf niet kan zijn. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat een mens zich out als homo, lesbisch, bi, trans, queer en alles wat bepaalt of niet bepaalt wie die is.

Iedereen is vrij om het haar alle kleuren van de regenboog te geven. Men zou niet raar hoeven op te kijken als iemand een ietwat uitgesproken klederdracht heeft of hand in hand loopt met zijn vriend. 

Sociaal aanvaard?

Helaas worden te veel mensen nog niet sociaal aanvaard. Het snoert me de keel dicht dat ouders hun dochter opsluiten omwille van haar seksuele oriëntatie. Het geeft me rillingen als we het zoveelste bericht over gaybashing op ons netvlies krijgen gebrand. Ik huiver als mensen ostentatief zij blijven zeggen tegen een transman. Iets in mij breekt als een tiener zich van het leven berooft, omdat die werd gepest op school.

Hoera voor het jongetje dat in meisjeskleren naar school gaat. Hoera voor de leerkracht die de nodige ondersteuning biedt. Hoera voor respect en gelijkwaardigheid voor allen. 

Dus is dat eigenlijk nodig, die coming-out day? 

Het antwoord is ja. Jammer genoeg. Het zou niet nodig moeten zijn. Maar gun ons één dag waarop we met zijn allen tonen dat we er staan. Een dag waarop we niet ontkend worden in woorden of daden. Niet omdat we beter zijn. Niet omdat we minder zijn. Maar omdat we zijn wie we zijn. Elke dag.

Beoefen radicale zelfzorg

In mijn slaapkamer hangt een bord met daarop in grote vriendelijke letters: Practice radical self love. Het is de leuze waarnaar ik mijn leven probeer in te richten, soms succesvol, soms… niet zo succesvol. Het is ook het advies dat ik te pas en te onpas spui wanneer iemand die ik graag zie bij me ten rade komt. Hoewel, bij nader inzien, zelfliefde en zelfzorg aanmoedigen, is nooit ongepast advies.

Er waren (en zijn nog steeds) dagen dat ik met moeite uit mijn bed raak. Soms is gezond eten (maken) te lastig, word ik op het werk al moe bij de gedachte aan de was die thuis op me ligt te wachten of voel ik me zo verlamd door deadlines dat ik prompt beslis dat enkel een Buffy-aflevering (Buffy, the Vampire Slayer is een cultreeks uit de jaren 90, red.) me nog kan redden, mijn schema is toch al gedoemd. Soms kabbelt het leven gemoedelijk voort, tot je een glas water omstoot en merkt dat je aan het huilen bent. Wat is er? Niets. Het leven. Alles. De vlek op je David Bowie-shirt waar een zatte vriendin rode wijn op had gemorst en die je er niet meer uit krijgt.

Als dit niet herkenbaar klinkt, raad ik nog steeds aan om aan zelfzorg te doen. Het is ook een waardevolle eigenschap voor mensen die niet worstelen met dingen als depressies, angststoornissen of burn-outs. Als je er niets uit haalt voor jezelf, kan het misschien wel een vriend(in), partner, familielid of collega helpen.

Zelfzorg begint wanneer je je goed voelt. Het is makkelijker om dingen te bedenken die je een fijn gevoel geven als je op een relatief goede plek zit. Maak een lijst met dingen waar je een goed gevoel van krijgt en bewaar de lijst op een zichtbare plaats zodat je gemakkelijk dingen kan toevoegen. Mijn happy list hangt bijvoorbeeld aan de binnenkant van mijn slaapkamerdeur.

Zelfzorg is persoonlijk. De manier waarop je aan zelfzorg doet, hangt af van wie jij bent als persoon. De dingen die jou rust brengen, vinden anderen misschien frustrerend en andersom. Zo ben ik een introvert, dus met een grote vriendengroep op stap gaan staat niet in mijn lijst. Nachtelijke maanwandelingen in mijn eentje, dat staat dan weer met stip op nummer 1. (Dat was een leugen, ‘hete douches + mee kwelen met 80’s power ballads’ is mijn eerste happy thought.)

Zelfzorg moet niets kosten. Het is verleidelijk om dingen kopen gelijk te stellen aan jezelf oppeppen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Reclame en advertenties brengen misschien een andere boodschap, maar geld spenderen is niet noodzakelijk om aan zelfzorg te doen. Versta me niet verkeerd, ‘boeken kopen’ is het zesde item op mijn lijst, maar samen met ‘naar de kapper gaan’ is dat het enige dat geld kost. Je kan iets in de oven bakken en jezelf in een dekentje rollen terwijl de kamer zich vult met een heerlijke geur. Je kan snek memes (foto’s van slangen waarop humoristische en/of vertederende teksten worden geplakt, red.) doorbladeren. Een eindje lang en hard rennen. Knuffelen met mensen die je graag ziet. 

Maar zelfzorg is vooral iets dat je moet oefenen. Misschien lukt het vandaag niet om jezelf van de sofa te slepen en je loopschoenen aan te trekken om je hoofd leeg te lopen, maar kan je wel een blokje rond wandelen. Dat is oké. Misschien kan je het niet opbrengen om buiten te gaan, maar wel om een pot thee te zetten. Dat is ook oké. Zelfzorg gaat niet over dingen van een lijst checken (hoewel dat mij in ieder geval een bevredigend gevoel geeft), het gaat om erkennen dat iets doen voor jezelf mag, dat voor jezelf te zorgen een valide tijdsbesteding is.

Je concentreren op je eigen noden en behoeften is niet evident in een maatschappij die zelfzorg gelijkstelt aan egoïsme en zelfliefde aan narcisme, en toch is het iets waar veel mensen baat bij kunnen hebben. Leg maar al pen en papier op je nachtkastje zodat je bij inspiratie meteen aan het schrijven kan slaan. En dan maar oefenen, tot zelfzorg een reflex wordt.

Misha schrijft voor ZiZo en maakt zines over poëzie en queer-zijn
 

Europese dag tegen doodstraf: hoe ging het er vroeger aan toe?

Europa is sinds 1997 de facto een doodstrafvrije zone, en dat is iets waar we blij om mogen zijn. De doodstraf specifiek omwille van seksuele geaardheid ligt in Europa gelukkig in een nog verder verleden.

Pratt en Smith

In Frankrijk waren Jean Diot en Bruno Lenoir op 6 juli 1750 de laatste personen die werden verbrand omwille van holebiseksualiteit. Met de wijzigingen in het wetboek na de Franse revolutie, was er geen bestraffing meer voor seksualiteit in de privésfeer vanaf 1810. Holebiseksualiteit werd echter, net als cross-dressing, wel nog steeds gezien als immoreel gedrag, waarop bepaalde wetten van toepassing waren. Holebiseksualiteit was dus zeker niet volledig straffeloos.

Ook in het Verenigd Koninkrijk was de doodstraf voor holebi's lange tijd wet, om precies te zijn tot 1861. De Britse kolonisatie zorgde ervoor dat deze wetgeving meteen ook geëxporteerd werd naar grote delen van de wereld.

Op 27 november 1835 werden James Pratt en John Smith nog opgehangen wegens hun holebiseksualiteit. In dezelfde periode waren er nog zeventien personen veroordeeld tot de doodstraf voor misdaden gaande van inbraak en beroving tot poging tot moord; geen van hen werd effectief ter dood gebracht. Pratt en Smith waren de laatste twee personen die in Engeland werden geëxecuteerd omwille van hun seksuele geaardheid

De doodstraf voor holebi's in het Verenigd Koninkrijk werd dan wel niet meer uitgevoerd na 1835, en later ook officieel afgeschaft, maar dit wilde niet zeggen dat holebi's niet langer vervolgd en bestraft werden. Denken we bijvoorbeeld aan de Britse oorlogsheld en grondlegger van de computerwetenschappen Alan Turing die in 1952 werd veroordeeld voor holebiseksualiteit, waarvoor hij een chemische castratie onderging en kort nadien suïcide pleegde.

Concentratiekampen

In Pruisen (Duitsland avant la lettre) was de doodstraf voor holebi's van toepassing van 1620 tot 1794. De Napoleontische invloed liet zich toen gelden en zorgde voor een decriminalisering. In 1871 echter werd holebieksualiteit opnieuw strafbaar.

Eenmaal het extreemrechtse naziregime aan de macht kwam in Duitsland, werd de wet verstrengd en uitgebreid. Met de bezetting van grote delen van Europa, werd deze wet ook in de omliggende landen van toepassing. Tussen 1933 en 1945 werden naar schatting 100.000 mannen gearresteerd omwille van holebiseksualiteit, en daarvan werden er zo'n 50.000 veroordeeld. Het merendeel van hen kwam in gewone gevangenissen terecht, maar tussen de 5.000 en 15.000 van hen werden opgesloten in concentratiekampen. Zo'n 60 procent van hen liet daar het leven.

Eenmaal de oorlog voorbij bleven de slachtoffers geclassificeerd staan als misdadigers, en werd een gedeelte van hen bovendien opnieuw gearresteerd en opgesloten. Pas in 2002 verontschuldigde de Duitse overheid zich hierover tegenover de LGBT+ gemeenschap.

Decriminalisering

Holebiseksualiteit werd in Oost- en West-Duitsland respectievelijk gedecriminaliseerd in 1968 en 1969. In die periode vond in grote delen van Europa een decriminalisering van holebiseksualiteit plaats.
In de recentere geschiedenis zien we in Europa onder invloed van de LGBT+ beweging een toename van echte rechten, zoals het holebihuwelijk dat in Nederland in 2001 realiteit werd, net als adoptie door holebikoppels. In België werd dit wettelijk kader respectievelijk in 2003 en 2006 ingevoerd. Ook andere landen in Europa voerden gelijkaardige wetgevingen in.

Deze verbetering neemt niet weg dat er nog veel werk aan de winkel is om echt gelijke rechten te verkrijgen op alle vlakken in Europa, niet enkel als het gaat om holebirechten, maar vooral ook voor trans* en intersekse personen.

En als we buiten Europa kijken, is er nog zoveel meer dat moet gebeuren.

Koloniale erfenis

De koloniale export van de doodstraf voor holebi's laat zich vandaag de dag nog altijd voelen, merken Han en O'Mahoney op in hun studie British Colonialism and the Criminalization of Homosexuality. Voornamelijk de Britse kolonisatie bracht een heel expliciete set aan wetgeving met zich mee rond overwegend mannelijke homoseksualiteit. Van de 72 landen die in 2018 een dergelijke wet hebben, zijn er minstens 38 die ooit onder de Britse koloniale heerschappij vielen. Een deel daarvan had voor de koloniale tijd nooit wetgeving rond seksuele geaardheid, en was juist zeer open naar diversiteit in gender en seksualiteit toe. India, dat dit jaar holebiseksualiteit decriminaliseerde na 160 jaar, is hier een goed voorbeeld van.

Momenteel zijn er tien landen met de doodstraf specifiek voor holebi's wordt toegepast, met name Afghanistan, Brunei, Iran, Mauritanië, Soedan, Nigeria, Yemen, Saoedi-Arabië, Qatar en Somalië. Niet al deze landen voeren de doodstraf echter ook effectief uit in de praktijk, maar een meerderheid doet dit wel degelijk.

In een poging tot aanpakken van deze problematiek, stemden de Verenigde Naties vorig jaar een resolutie die de doodstraf voor holebi's veroordeelt.
 

Roemeens referendum tegen holebihuwelijk faalt

Dit weekend konden de Roemenen zich in een referendum uitspreken tegen de invoering van het holebihuwelijk. De vraag om dit referendum kwam niet van de LGBT+ beweging. Het kwam vanuit de religieuze bewegingen die streven naar traditionele familiewaarden. Krijgt de beweging tegen gelijke rechten voor holebiseksuelen de bovenhand in Europa? 

Het zijn bizarre tijden voor de holebigemeenschap in Roemenië. Vorige week besliste het hooggerechtshof nog dat koppels van hetzelfde geslacht dezelfde rechten moeten krijgen als heteroseksuele koppels. Dat kwam er na een uitspraak van het Europees Hof van Justitie eerder dit jaar. Een Roemeens-Amerikaans koppel, dat trouwde in België, wilde erkenning van hun huwelijk door de Roemeense overheid. Die laatste weigerde dat, waarop ze naar het Europees Hof van Justitie trokken. Dat besliste dat de Roemeense overheid in het kader van het vrij verkeer van personen binnen de EU dezelfde rechten moest toekennen als aan heteroseksuele koppels.

Het is nochtans datzelfde hooggerechtshof dat eerder de toestemming gaf voor de organisatie van het referendum, dat vorig weekend doorging. Men besliste om over te gaan tot de organisatie ervan nadat drie miljoen Roemenen een petitie die daartoe opriep, ondertekenden. De petitie ging uit van de Roemeense Coalitie voor Familie. Dat is een orthodox-religieuze organisatie die familiewaarden strikt traditioneel opvat. Voor koppels van hetzelfde geslacht is er volgens hen geen plaats. 

In tegenstelling tot heel wat andere Europese landen gaat de evolutie naar een inclusievere samenleving voor holebikoppels zeer traag in Roemenië. Na Bulgarije heeft Roemenië het laagste BBP per capita van de volledige Europese Unie (EU). Daarnaast is Roemenië het meest religieuze land van de EU. Die twee factoren zorgen ervoor dat er weinig ruimte is voor de vooruitgang voor de holebigemeenschap in Roemenië. 

De tactiek van de LGBT+ beweging in Roemenië bestond erin om dit referendum zoveel mogelijk te boycotten. Als maar een klein percentage van de bevolking uiteindelijk ging stemmen, zou het hooggerechtshof de geldigheid ervan in vraag stellen. 

Dat is wat er ook gebeurde. Slechts 20,4 procent van de Roemenen ging stemmen dit weekend. Het referendum was pas geldig als 30 procent van de stemgerechtigde bevolking kwam opdagen. 

Niet enkel de opkomst zou een struikelblok geweest zijn om referenda omtrent het holebihuwelijk geldig te verklaren. In een rapport dat de Raad van Europa dit jaar publiceerde, wordt de toename van het aantal referenda aangekaart die populistische wetgeving beogen in te voeren. Populistische bewegingen gebruiken in bepaalde landen de mogelijkheid om een referendum te organiseren als schijnbaar democratisch middel om hun onliberale agenda door te voeren. Het is maar de vraag wat de reactie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou geweest zijn. 

Gerustgesteld & hoopvol

De 25-jarige Roemeense LGBT+ activist Cristian Mois spreekt over een grote overwinning voor de LGBT+ gemeenschap. "Ik had niet verwacht dat het referendum ging falen. De overheid had veranderingen in de wetgeving aangebracht zodat het makkelijker zou zijn om het referendum te laten slagen. De lage opkomst bewijst dat de kerk en de huidige overheid toch niet zo een grote invloed hebben als we hadden gedacht". 

De jonge marketeer uit Cluj-Napoca ziet heel wat opportuniteiten in deze overwinning: "Tijdens de campagne voor het referendum spraken heel wat mensen zich uit in het voordeel van de LGBT+ gemeenschap. Het is nu belangrijk dat we allianties vormen met hen. 

Wet versus realiteit 

Moeten we er dus echt vanuit gaan dat het de goeie kant uitgaat met holebirechten in Europa? De laatste twee jaar is de gedachte dat het goed gaat met de holebigemeenschap toch wel verdwenen. Meer en meer gebeurtenissen en rapporten bewijzen het tegendeel. Het klopt dat we in de EU op wetgevend vlak heel wat vooruitgang hebben geboekt. Tegenwoordig wonen meer dan de helft van de EU-onderdanen in lidstaten waar koppels van hetzelfde geslacht kunnen trouwen. Van België tot Polen voorziet de EU-wetgeving in het verbod om op de werkvloer te discrimineren op basis van seksuele geaardheid. 

We merken echter dat de wet en de praktijk nog ver van elkaar afstaan. In zowat alle West-Europese steden is er een stijging van het aantal gevallen van holebifoob geweld. 

We mogen ook de kracht van het woord niet onderschatten. Conservatieve politici van alle uithoeken van de EU vielen de voorbije maanden de LGBT+ gemeenschap aan. Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken riep onlangs alle 'echte mannen' nog op om zich normaal te gaan kleden. De Italiaanse vicepremier Matteo Salvini verduidelijkte deze zomer nog dat voor hem binnen een familie ouders enkel van een verschillend geslacht mogen zijn. De Poolse Minister van Defensie liet dan op zijn beurt weten dat hij vindt dat de holebigemeenschap zijn levensstijl opdringt aan de volledige bevolking.

Het lijkt een beetje alsof conservatieven over het hele continent een laatste kreet slaken tegen de LGBT+ beweging. Het lijkt hen niet te lukken, maar daar mogen we niet zomaar van uitgaan. We voelen de hete adem van extreemrechts in onze nek én laat me duidelijk zijn: ze zijn beter georganiseerd dan ooit. Als het nu het Franse Front National, het Duitse ADF of het Hongaarse Jobbik is, ze hebben de steun van een niet te onderschatten deel van de bevolking. Ze worden - indirect - gesteund door sterk verankerde religieuze organisaties en financieel staan ze er allesbehalve slecht voor. 

Een belangrijk deel van de financiering voor extreemrechts komt vanuit Rusland. Bepaalde oligarchen die sterke banden hebben met het Kremlin, blijken via complexe constructies extreemrechtse partijen en organisaties die traditionele familiewaarden propaganderen, financieel te steunen. 

Rusland

Dat Rusland op international niveau holebifobie verspreidt, is niet nieuw. In zowat alle post-Sovjetrepublieken zijn in de voorbije jaren pogingen ondernomen om de befaamde Russische anti-homopropagandawet in te voeren. Tijdens de revolutie in Oekraïne verspreidde Rusland affiches in Oekraïne waarbij het lidmaatschap van de Europese Unie werd gelijkgesteld aan het vervagen van de traditionele familiewaarden. Volgens organisaties zoals Amnesty International is het Kremlin succesvol in zijn strategie. 

De reden waarom Rusland holebifobie zo geïnstitutionaliseerd heeft, is zeer duidelijk. Sinds de val van de Sovjet-Unie had het Kremlin nood aan een nieuwe interne vijand. Die interne vijand werd al snel alles dat niet overeenstemt met de traditionele Russische samenleving. Sinds 2013 belichaamt de LGBT+ gemeenschap voor het Kremlin dat non-traditionalisme. Het komt hen goed uit dat ze hun interne vijand kunnen koppelen aan hun externe vijand: het Westen. 

Het mag nu wel duidelijk zijn dat de strijd voor de LGBT+ gemeenschap in Europa nog verre van gestreden is. Om echte gelijkheid te creëren voor de holebigemeenschap zullen we nog heel wat uit de kast moeten halen. Haat moeten we bestrijden met liefde. En we mogen vooral niet de hoop op gelijkheid verliezen, want zoals de befaamde LGBT+ activist Harvey Milk ooit zei: 'Hope will never be silent'.

Rémy Bonny is ZiZo's Oost-Europa specialist. 

Politici hebben nog enkele dagen de tijd om LGBT+ engagement te tonen

Zowat alle partijen zouden sterker uit de kast mogen komen, zelfs in sommige grote steden. Eind september ondertekende minstens één partij in de helft van de 300 Vlaamse gemeenten. Limburgse gemeenten doen het beter (60%), het minste enthousiasme merken we in Antwerpen (41%) en West-Vlaanderen (42%).

Mogelijkheden zat voor inclusief lokaal beleid

Het opzet en de eisen van de campagne vermeldde ZiZo-Online al bij de start van het initiatief. Dat werd genomen door Holebihuis Vlaams-Brabant, open huis voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Ook de andere roze huizen – Regenbooghuis Limburg, Het Roze Huis – çavaria Antwerpen, Casa Rosa en REBUS – en de holebi- en transgenderkoepel çavaria werken actief mee aan de campagne.

“We willen gemeente- en stadsbesturen aanzetten om een expliciet en geïntegreerd lokaal holebi- en transgenderbeleid te voeren”, legt çavaria-woordvoerder Jeroen Borghs uit. “Gemeenten en steden moeten opkomen voor het welzijn van al hun inwoners. Een schepen van Gelijke Kansen benoemen, het gemeentepersoneel goed opleiden, de lokale LGBT+ verenigingen ondersteunen, educatief materiaal bestellen voor het onderwijs… er zijn veel domeinen waar het lokaal bestuur het verschil kan maken.”

“De partijen hebben nog een week om hun engagement voor holebi’s en transgenders te registreren. We rekenen erop dat ze dit massaal doen.”

Matige steun voor campagne

Die partijen zouden inderdaad niet uit de lucht mogen komen vallen. De campagne kwam immers tot stand in samenwerking met de holebi- en transgendernetwerken van CD&V, Groen, N-VA, Open Vld, PVDA en sp.a.

Van elk van deze partijen ondertekenden 35 tot 40 plaatselijke afdelingen de oproep, met uitzondering van Open Vld. Slechts 27 lokale Open Vld-lijsten hebben hun handtekening geleverd. Opvallend is dat de kleine PVDA met 36 meldingen wel in de kopgroep zit, maar veel minder lokale afdelingen telt. De radicaallinkse partij toont dus een groot engagement voor de LGBT+ inwoners van die gemeenten waar zij actief is.

Ook bekende burgemeesters ontbreken nog

We bekeken ook de resultaten voor de twee grootste steden per provincie. Zoals te verwachten was, vindt de campagne hier veel meer bijval. In grote steden hebben de partijen meestal de steun van beroepskrachten, er zijn meer LGBT+ vrijwilligers om hen aan de campagne te herinneren en nationale campagnes worden sneller opgemerkt. Toch blijven er op minder dan een week van de grote stembusslag nog heel wat hiaten. Opvallend is dat vaak de lijst van de partij die de burgemeester levert, nog niet getekend heeft. Dat is zo in Brugge (Renaat Landuyt, s.pa), Mechelen (Bart Somers, stadslijst), Aalst (Christoph D’Haese, N-VA), Kortrijk (Vincent Van Quickenborne, Open Vld) en Vilvoorde (Hans Bonte, sp.a-Groen).

Nemen we de lijst van de twee grootste steden per provincie, hebben Antwerpen, Leuven en Hasselt gedaan wat verhoopt werd: alle zes partijen waarvan het holebi- en transgendernetwerk de campagne ondersteunt, tekenden de oproep naar een LGBT+ inclusief beleid. In de andere zeven grote steden die we voor dit artikel onderzochten, heeft minstens één partij (of kartellijst) nog werk. We zetten ze voor u op een rijtje. Aan de hier vermelde partijen: een dringende oproep om alsnog kleur te bekennen voor de #Stemmen2018-campagne.

Nog ontbrekende partijen of kartels per stad:
Gent: Open Vld, N-VA, PVDA
Brugge: sp.a
Mechelen: stadslijst Open Vld-Groen-m+, CD&V
Genk: Open Vld, N-VA, Groen
Aalst: CD&V, N-VA, Groen, Open Vld, PVDA
Kortrijk: Open Vld, CD&V, N-VA
Vilvoorde: sp.a-Groen, N-VA

Wil je weten wie zich in jouw gemeente geëngageerd heeft om het welzijn van holebi’s en transgenders te verbeteren? Check de site Stemmen 2018 dan.

Ik kies voor verbinding, en jij?

Die nostalgische roze bubbel wordt meestal vrij snel doorprikt als ik besef hoe eenzaam ik me toen voelde. Als the only gay in the village in een pre-internet tijdperk voelde ik me vaak alleen op de wereld.  Ik kon me aan geen rolmodel spiegelen, want die zag je niet in de media. Er werden nog geen regenboogvlaggen uitgehangen in mijn gemeente, want IDAHOT bestond nog helemaal niet. In de bibliotheek vond ik geen informatiebrochures terug over holebi’s. 

Ook op school was er geen aandacht voor seksuele oriëntatie en genderidentiteit. Tot die ene les godsdienst in het vijfde middelbaar. De lerares nam, ongetwijfeld goedbedoeld, de zin “Procentueel gezien moet er op zijn minst één iemand holebi zijn in deze klas, wie is het?” in de mond. Waarna ik de ogen van heel wat klasgenoten op me voelde priemen. Een topdag dus. 

Gelukkig zou ik in de jaren die daarop volgden wel verbondenheid voelen. Dank je, internet. Dank je, steunende vrienden. Dank je, begripvolle familieleden.

In twintig jaar tijd is er gelukkige al veel veranderd in onze maatschappij, van betere zichtbaarheid tot betere rechten voor LGBT+ personen. Toch is er nog ruimte voor verbetering. 

Op 14 oktober trekken we opnieuw naar de stembus voor de lokale verkiezingen. Als LGBT+ persoon kan je het verschil maken door te stemmen op politici die met het LGBT+ thema aan de slag willen in hun stad of gemeente. Kleine zaken die zij op de politieke agenda in hun gemeente willen zetten, kunnen een wezenlijk verschil betekenen voor de LGBT+ personen in die gemeente. Hashtag yourlocalpower!

Staar je dus niet blind op de politieke kleuren en kies voor verbinding. Verschillende meningen zullen er altijd zijn, en mogen er ook altijd zijn. Zolang er ruimte is voor dialoog en we niet te hard focussen op hoe we verschillen maar op wat we gemeen hebben met elkaar, zijn we op weg naar een maatschappij waarin het goed wonen is voor elke LGBT+ persoon. Niemand hoeft zich onwelkom, uitgesloten of alleen op de wereld te voelen. Je verbonden voelen met anderen, dat is iets van onschatbare waarde. Iets wat ik, als voormalige only gay in the village alleen maar kan beamen.
 

Stijn Depoorter is hoofdredacteur van ZiZo. Deze tekst verscheen eerder als voorwoord in het themanummer van ZiZo over de lokale verkiezingen. 

Als je niet kan zeggen wie je bent, hoe kan je jezelf dan thuis voelen in een maatschappij?

Waarom de naam Regenboogambassadeurs?
“De voorloper van de Regenboogambassadeurs was de werkgroep Janus. Janus koos ervoor om een doorstart te maken onder de naam Regenboogambassadeurs met een duidelijker logo en slagzin: ‘holebi- en trans* ouderen een gezicht en een stem geven.’ Onze werkgroep is uniek in Vlaanderen en kan op veel belangstelling rekenen.”

Wat is jouw motivatie om je voor holebi+ en trans* ouderen in te zetten?
“De generatie holebi+ en trans* personen die nu verblijven in woonzorgcentra hebben meestal heel hun leven in alle discretie hun seksualiteit beleefd. In de ouderenzorg heerst ook nog eens een groot taboe rond dit thema.”

“Studenten verzorging en verpleegkunde krijgen te weinig achtergrondinformatie over holebi+ en trans* personen en hoe ze hiermee kunnen omgaan in de dagelijkse realiteit. Veel vrienden en vriendinnen van mijn generatie hebben schrik ooit in een woonzorgcentrum terecht te komen. Eens dat je daar bent en merkt dat holebi+ en trans* personen er gepest worden, dan kan je nergens anders naartoe. Je zwijgt automatisch. Je er dan thuis voelen is geen optie.”

“Wanneer wij vragen aan directies van woonzorgcentra om rond deze thematiek een initiatief te nemen, krijgen we geregeld antwoorden zoals ‘hier zijn geen holebi’s of transgenders’, ‘wij gaan zeker niet discrimineren door zelf specifiek aandacht te besteden aan die groep’ of ‘we willen hierdoor zeker geen cliënten verliezen.’ ”

Een bewoner van een woonzorgcentrum vertelde mij dat als andere bewoners er te weten zouden komen dat een van de mannen die er woont homo is, niemand met die man nog aan tafel zou gaan zitten of ermee spreken

“Sinds ik met pensioen ben, heb ik mij rond deze thematiek geëngageerd na een nare ervaring met een lesbisch familielid waarover ik voorlopig bewindvoerder was. Ook hoor ik meer en meer getuigenissen van mensen die toch de moed opbrengen hierover te spreken. Denk maar aan de recente moedige getuigenis van zanger Will Ferdy die stelt dat ‘er nog veel werk aan de winkel is’.”

“Het schokt mij telkens als deze mensen vertellen zich niet thuis te voelen in hun nieuwe leefomgeving. Dikwijls worden ze ook blootgesteld aan pesterijen van andere ouderen of personeel. Een bewoner van een woonzorgcentrum vertelde mij dat als andere bewoners er te weten zouden komen dat een van de mannen die er woont homo is, niemand met die man nog aan tafel zou gaan zitten of ermee spreken.”

Taboe doorbreken

Hoe is de vereniging tot stand gekomen?
“Geen enkele andere Vlaamse vereniging zet zich in voor het welbevinden van oudere holebi+ en trans* personen in de zorgsector. Ondertussen bestaan we al meer dan tien jaar. Ons grootste doel is het taboe rond holebi+ en trans* personen dat er heerst in de ouderenzorg te doorbreken.”

“Bij de opstart waren er kortlopende subsidies waarmee er dan een project rond onze thematiek kon worden opgestart. Eens die subsidies afliepen, stierf dit project een stille dood. Een groep vrijwilligers zijn zich, voor de doorstart naar de Regenboogambassadeurs, blijven inzetten om projecten aan te trekken en subsidies te zoeken. Een voorbeeld hiervan is het project van het kabinet Welzijn dat ons in 2016-2017 toeliet meerdere directies van woonzorgcentra te bereiken. Maar het zoeken naar financiële middelen blijft ook na de doorstart een grote zorg.”

Het is allemaal in Antwerpen begonnen. Hoe zien jullie de verdere uitbreiding?
“We willen een landelijke, laagdrempelige vereniging zijn waar veel mensen zich bij willen aansluiten; ook hetero’s zijn meer dan welkom. Momenteel zoeken we steunpunten in de verschillende regio’s. Niet iedereen wil vormingen geven of getuigenissen afleggen. We zoeken mensen die vrijwilligerswerk doen in functie van eigen interessepunten en vaardigheden. Sommige vrijwilligers zullen in hun eigen buurt contacten onderhouden met woonzorgcentra, dienstencentra, seniorenraden en verenigingen in de ouderensector. Anderen zullen af en toe de ZiZo-magazines of folders leveren bij een woonzorg- of dienstencentra. Daarnaast zijn er mensen die iets specifiek kunnen doen zoals een muziekquiz met een holebi+ thema in mekaar steken. We zoeken ook kunstenaars, zangeressen en zangers, vertellers en andere artiesten die onze activiteiten veel aantrekkelijker kunnen maken. Wij kunnen heel veel talenten benutten.”

“Bij de uitbouw van onze vereniging zijn twee doelpublieken belangrijk: de ouderensector zelf en mensen die studeren om actief te worden in de ouderenzorg. Er zijn studenten bij die nog nooit over de holebi+ en trans*thema’s hebben gehoord. Wij reiken hen info en activiteiten aan rond verschillende thema’s. Ons aanbod is laagdrempelig en betaalbaar voor de sector.”

Ervaringsdeskundigen

Wat is het doel op lange termijn?
"Wij willen holebi+ en trans*sensitieve zorg in elk woonzorgcentrum en in de ouderenzorg in het algemeen. Het zou mooi zijn moest elk woonzorgcentrum of dienstencentrum de regenboogambassadeurs kennen en in geval van problemen beroep kunnen doen op onze ervaringsdeskundige vrijwilligers.”

Kan je de omvang van de problematiek verder toelichten?
“In de ouderensector gaat het momenteel niet zo goed. Er wordt een groot stuk geprivatiseerd. Alle centra moeten besparen op personeel en middelen. Maggie de Block geeft steun aan mensen die voor de eerste keer een psycholoog raadplegen maar dat geldt niet voor 65-plussers. Dit terwijl het grootste aantal mensen met een depressie zich bij de ouderen bevindt. Er is in het algemeen in de maatschappij al vrij weinig aandacht voor deze groep.”

“Als je niet kan zeggen wie je bent, hoe kan je jezelf dan thuis voelen in een maatschappij? Als je holebi+ of trans*fobe opmerkingen hoort, moet je al veel moed hebben om ervoor uit te komen dat je niet hetero of cisgender bent. Als oudere ben je ook niet meer zo mobiel en kan je bijvoorbeeld niet naar het Roze Huis komen. Je zit in zo’n centrum en moet gesprekken kunnen hebben met mensen die je aanvaarden zoals je bent. Hoe kan je immers goede contacten leggen met medebewoners als je niet kan zeggen wie je echt bent?”

Conservatief

Hoe wordt er gereageerd bij bewindvoerders?
“Als regenboogambassadeurs gaan wij onszelf voorstellen. Directies geven ons dan dikwijls de opmerking dat er geen holebi+ of trans* personen zijn in hun centrum. Je wordt onthaald in een heteroklimaat. Bij een vrouw vragen ze naar haar man en omgekeerd. Het is vaak geen holebi+ of trans*fobie op zich, maar mensen hebben er dikwijls nooit over nagedacht. Seks op oudere leeftijd is ook dikwijls nog een taboe.”

In centra met conservatieve inslag geraken we soms niet binnen. Vaak zegt de directie dat ze helemaal niks hebben tegen holebi+personen hebben maar dat ze wel ‘normaal’ moeten doen

“In centra met conservatieve inslag geraken we soms niet binnen. Vaak zegt de directie dat ze helemaal niks hebben tegen holebi+personen hebben maar dat ze wel ‘normaal’ moeten doen. Ze moeten niets weten van ‘jeanetten’ en van de Pride. Ze vrezen dikwijls andere cliënten hiermee af te schrikken. Daartegenover hebben we voorbeelden van centra in het buitenland waar de openheid tegenover mensen met een andere geaardheid, godsdienst, huidskleur of nationaliteit eerder meer mensen aantrekt.”

Hoe zit het in de holebi+ en trans*gemeenschap? Krijg je voldoende steun?
“Vanuit de gemeenschap zelf krijgen we soms de opmerking: ‘waar houd je je eigenlijk mee bezig? Dat is toch een uitstervend probleem.’ Als ze het tegen mij persoonlijk vertellen krijg ik te horen dat ik toch assertief genoeg ben en er mij niks zou overkomen. Als ik in de toekomst echter zorg nodig heb en in een holebi+ onvriendelijk klimaat terecht kom, weet ik niet of ik ervoor zou uitkomen.”

Zijn er ook positieve ervaringen?
“We hebben heel goede ervaringen bij zorginstellingen waar de directie er wel goed mee omgaat. Meestal is dat omdat ze ook iemand in de familie of vriendenkring hebben die holebi+ of trans* is. Als onze vrijwilligers een documentaire tonen wordt deze meestal gevolgd door een positief gesprek en bijvoorbeeld verhalen van ouderen over hun kleinkind die homo is.”

“Als er een trans* vrouw met ons meegaat en haar verhaal vertelt, krijgt ze heel wat directe vragen voorgeschoteld. Mensen willen wéten. Onwetendheid is nog steeds het grootste probleem. Onze ervaringsdeskundigheid kan daarbij voor personeel en bewoners een meerwaarde betekenen.”

Klaar voor de nieuwe editie van L-day?

L-Day is een ontmoetingsdag voor lesbische en biseksuele vrouwen, en hun sympathisanten. Op 13 oktober kunnen we genieten van L-Day in een nieuw (Leuvens) jasje. L-Day gaat dit jaar namelijk door in dé studentenstad bij uitstek. De dag wordt vooraf gegaan met een feestelijke optocht, een ware L-Pride, door de stad Leuven. De L-Day zelf wordt gevuld met muziek, actieve workshops, mogelijkheden om elkaar te leren kennen, gedachten te wisselen en bij te leren. We sluiten de avond af met een hippe party.

Meer lesbo's op straat!

Lesbiennes zijn vaak een vergeten groep met veel te weinig rolmodellen. Ook om deze reden is het belangrijk dat lesbiennes kunnen samenkomen en laten zien dat ze er ook zijn. L-Day blijft nodig. Ondanks alle evoluties van de laatste decennia blijven lesbische en biseksuele vrouwen vaak onzichtbaar in de media. Ook binnen het LGBT+ verhaal blijven vrouwen de minder zichtbare groep.

Standbeeld uit de kast

Zoals altijd maakt L-Day goed goed gebruik van haar gaststad. Dit keer op een wel erg vrolijke manier. Er is een actie georganiseerd rond de Leuvense standbeelden. Ze komen  uit de kast als lesbienne, biseksueel, transgender of solidaire hetero en krijgen een kledingstuk in regenboogkleuren. Dat blijven ze de rest van oktober dragen om volgende boodschap te onderstrepen: "een grotere zichtbaarheid en een positieve beeldvorming van lesbische en biseksuele vrouwen is belangrijk".

Prikkelend programma

De stad Leuven stelt met de Romaanse Poort en het Wagehuys een toplocatie ter beschikking. Het thema zichtbaarheid wordt uitgediept in een Speakers’ Corner, waarin o.a. auteurs Gaea Schoeters en Isabelle Van Ewijk zullen spreken. Verder zijn er optredens van Famba, Billy & Bloomfish, Duwoh en Cherchez la femme. Bezoekers worden wegwijs gemaakt in genderbewust opvoeden en de beeldvorming van holebi’s en transgenders in de Vlaamse media. Lesbische vluchtelingen komen getuigen over hun ervaringen en de regenboogambassadeurs nemen je mee naar de leefwereld van oudere holebi’s in woonzorgcentra. Voor trans* vrouwen is er een workshop over de mogelijkheden van make-up. De ‘Cunt coloring book’ is het vertrekpunt voor een workshop vagina’s kleuren. Er is een speeddate, een onthaalcafé, een bi-café en een standenmarkt. ’s Avonds volgt er een bruisende party.

Zichtbaarheid

Het thema dit jaar is 'zichtbaarheid'. Het begint allemaal met een L-Pride. België kende in de jaren tachtig een actieve lesbiennebeweging, maar voor zover we weten, is de L-Pride in Leuven een primeur voor België. Niet alleen vrouwenorganisaties lopen mee om een statement te maken. Solidaire mannenorganisaties en vrienden uit onverwachte hoeken, mensen uit Leuven en ver daarbuiten benadrukken dat ze een positieve beeldvorming rond lesbische en biseksuele vrouwen belangrijk vinden.

L-Day wordt georganiseerd door Labyrint vzw en Folia vzw, met de steun van de stad Leuven, çavaria, Holebihuis Vlaams-Brabant en de Nationale Loterij.

Events

Aankleden standbeelden en persmoment: 12/10, om 10 uur aan de Fiere Margriet, Dijleterrassen, Dirk Boutslaan, Leuven.

L-Pride: 13/10, 11 uur, feestelijke opening en vertrek aan het Martelarenplein, Leuven
L-Day:  13/10 , 12.30-20 uur Wagehuys en Romaanse Poort, Brusselsestraat 63, Leuven
L-Party: 13/10, 20 uur Musicafé, Muntstraat 5, Leuven

Voor meer info https://l-day.be/

 

 

 

L-Expo laat de dames aan het woord

Kat Van Nuffel van WIJ over de beweegreden voor deze expo: "Er zijn meer vrouwen actief bezig met kunst en het wordt bovendien meer aanvaard dat vrouwen kunst maken, al krijgen ze wel minder aandacht en worden ze minder gewaardeerd dan hun mannelijke tegenhangers. Vrouwen zijn ook minder vertegenwoordigd in musea en op tentoonstellingen."

BOAB Art Gallery in Antwerpen wil daar mee verandering in brengen en stelt nu zijn ruimte ter beschikking.

Zowel op 11 als 12 oktober leest één van de kunstenaressen, Johanna Pas, voor uit eigen werk. Op vrijdag 12 oktober leidt niemand minder dan Nathalie Delporte van Joe FM de expo in.

BOAB Art Gallery vind je in de Kloosterstraat 152 in Antwerpen.

Klik hier voor meer informatie.

The Happy Prince brengt een tekenend beeld van de teloorgang van Oscar Wilde

The Happy Prince vertelt niet zomaar het klassieke verhaal van Oscar Wilde, die wegens sodomie werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar. Everett laat het verhaal pas beginnen wanneer Wilde na zijn gevangenisstraf terug vrij komt en zijn leven weer moet zien op te pikken. Dat zorgt voor een tekenend beeld van de teloorgang van de grote schrijver. Wilde wordt als glamoureus en theatraal figuur afgebeeld en staat in schril contrast met een armoedige achtergrond en een hoop kommer en kwel. We volgen Wilde van in de groezelige salons naar de weinige vrienden die hij nog heeft tot aan zijn sterfbed. Wilde spartelt als hoopje vergane glorie om zich heen, maar blijft meestal een schim van de grote, charismatische schijver die hij ooit was.

Rupert Everett is zelf grote Wilde-fan en dat komt duidelijk naar voren in zijn geniale vertolking. Het beeld van Oscar Wilde dat hij neerzet is sterk en herkenbaar. Ook Edwin Thomas, Colin Firth en Emily Watson - samen een erg straffe cast - zetten sterke personages neer. 

Van hot naar her

Doordat de film niet de hele geschiedenis van Wilde meegeeft en ook nog eens niet chronologisch de gebeurtenissen achter elkaar zet, moet je als kijker toch al een beetje thuis zijn in het levensverhaal van de grote schrijver. Er wordt in The Happy Prince vaak van het ene naar het andere moment en van de ene naar de andere locatie gesprongen, wat het verhaal niet altijd even makkelijk te volgen maakt. 

Ook de dialogen zijn niet altijd even duidelijk te volgen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat Everett ook de visie van de andere personages wilde belichten, en op die manier voor een zootje ongeregeld heeft gezorgd.

Kostuumdrama

The Happy Prince is geen feilloos meesterwerk, maar brengt wel een frisse wind in het genre van het kostuumdrama. Als kijker krijg je een vernieuwende film met hier en daar een scherp kantje voorgeschoteld, een boeiend en indrukwekkend kunstenaarsportret.

Al met al is deze film een aanrader, tenminste als je interesse hebt in Oscar Wilde én als je bekend  bent met zijn levensverhaal.

The Happy Prince speelt vanaf 3 oktober in de zalen.

Pagina's